BWBR0021756
Geldig vanaf 14-04-2007
Artikel 14
Verordening Algemene Bepalingen Productschap Vis 2006
1. De voorzitter is, namens het bestuur, belast met de uitvoering van het of bij krachtens deze verordening bepaalde en in verband daarmede bevoegd:
a. nadere regels vast te stellen ter uitvoering van het bepaalde ten aanzien van de registratie als bedoeld in artikel 2, eerste lid onder 2;
b. nadere regels of een ander doel vast te stellen ter uitvoering van het bepaalde ten aanzien van de verwerking van gegevens als bedoeld in artikel 11 van deze verordening;
c. voor bepaalde gevallen of groepen van gevallen, van het bij of krachtens de heffingsverordeningen bepaalde geheel of gedeeltelijke ontheffing te verlenen indien hem dit als gevolg van bijzondere omstandigheden redelijk dan wel billijk voorkomt en om aan zodanige ontheffing(en) één of meer voorwaarden te verbinden, bij welker niet-, niet tijdige of niet behoorlijke nakoming de desbetreffende ontheffing geacht wordt niet te zijn verleend;
d. beschikkingen in te trekken of te wijzigen indien dit noodzakelijk is in verband met het verkrijgen van goedkeuring voor een bepaalde regeling van de Commissie van de Europese Gemeenschappen of het uitblijven daarvan.
2. Het stellen van nadere regels, als bedoeld in het eerste lid, geschiedt slechts met betrekking tot een doel, hetwelk verband houdt met de vervulling van taken van het productschap.
3. In afwijking van het bepaalde in artikel 5, vijfde lid, is de voorzitter gehouden om bij uitvoeringsbesluit te bepalen dat door de afslagen te innen heffingen bij wijze van voorschot in rekening worden gebracht, indien voor deze heffingen geldt dat het productschap in afwachting is van een eindbeslissing van de Commissie van de Europese Gemeenschappen in zake de procedure bedoeld in artikel 88, derde lid, EG-Verdrag.
4. De voorzitter is gehouden om na ontvangst van de eindbeslissing van de Commissie van de Europese Gemeenschappen het in het vorige lid bedoelde besluit in te trekken en om hierbij te bepalen of door de secretaris tot restitutie of verrekening van de geïnde bedragen en definitieve vaststelling van de desbetreffende heffingen wordt overgegaan.
a. nadere regels vast te stellen ter uitvoering van het bepaalde ten aanzien van de registratie als bedoeld in artikel 2, eerste lid onder 2;
b. nadere regels of een ander doel vast te stellen ter uitvoering van het bepaalde ten aanzien van de verwerking van gegevens als bedoeld in artikel 11 van deze verordening;
c. voor bepaalde gevallen of groepen van gevallen, van het bij of krachtens de heffingsverordeningen bepaalde geheel of gedeeltelijke ontheffing te verlenen indien hem dit als gevolg van bijzondere omstandigheden redelijk dan wel billijk voorkomt en om aan zodanige ontheffing(en) één of meer voorwaarden te verbinden, bij welker niet-, niet tijdige of niet behoorlijke nakoming de desbetreffende ontheffing geacht wordt niet te zijn verleend;
d. beschikkingen in te trekken of te wijzigen indien dit noodzakelijk is in verband met het verkrijgen van goedkeuring voor een bepaalde regeling van de Commissie van de Europese Gemeenschappen of het uitblijven daarvan.
2. Het stellen van nadere regels, als bedoeld in het eerste lid, geschiedt slechts met betrekking tot een doel, hetwelk verband houdt met de vervulling van taken van het productschap.
3. In afwijking van het bepaalde in artikel 5, vijfde lid, is de voorzitter gehouden om bij uitvoeringsbesluit te bepalen dat door de afslagen te innen heffingen bij wijze van voorschot in rekening worden gebracht, indien voor deze heffingen geldt dat het productschap in afwachting is van een eindbeslissing van de Commissie van de Europese Gemeenschappen in zake de procedure bedoeld in artikel 88, derde lid, EG-Verdrag.
4. De voorzitter is gehouden om na ontvangst van de eindbeslissing van de Commissie van de Europese Gemeenschappen het in het vorige lid bedoelde besluit in te trekken en om hierbij te bepalen of door de secretaris tot restitutie of verrekening van de geïnde bedragen en definitieve vaststelling van de desbetreffende heffingen wordt overgegaan.
- Citeren als
- Art. 14
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0021756
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl