BWBR0021756
Geldig vanaf 06-06-2009
Artikel 5
Verordening Algemene Bepalingen Productschap Vis 2006
1. Indien vis door tussenkomst van een afslag is verhandeld worden de toepasselijke grondslagen op grond van de heffingsverordeningen wegens het aanvoeren of kopen van de vis voorlopig doorberekend aan de ondernemer onmiddellijk na de verkoop.
2. In de gevallen bedoeld in het eerste lid kunnen de door de aanvoerder of koper voorlopig berekende heffingen door de afslagadministratie, ten behoeve van het productschap, worden geïnd door middel van inhouding op de op de afslag gemaakte brutobesomming respectievelijk verrekening met het betaalde aankoopbedrag.
3. Bij besluit bepaalt het dagelijks bestuur namens het bestuur welke afslagen bevoegd zijn om, ten behoeve van het productschap, de voorlopig berekende heffingen bij een aanvoerder of koper te innen door middel van inhouding op de gemaakte brutobesomming respectievelijk door middel van verrekening met het betaalde aankoopbedrag.
2. In de gevallen bedoeld in het eerste lid kunnen de door de aanvoerder of koper voorlopig berekende heffingen door de afslagadministratie, ten behoeve van het productschap, worden geïnd door middel van inhouding op de op de afslag gemaakte brutobesomming respectievelijk verrekening met het betaalde aankoopbedrag.
3. Bij besluit bepaalt het dagelijks bestuur namens het bestuur welke afslagen bevoegd zijn om, ten behoeve van het productschap, de voorlopig berekende heffingen bij een aanvoerder of koper te innen door middel van inhouding op de gemaakte brutobesomming respectievelijk door middel van verrekening met het betaalde aankoopbedrag.
- Citeren als
- Art. 5
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0021756
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl