BWBR0021756
Geldig vanaf 14-04-2007
Artikel 11
Verordening Algemene Bepalingen Productschap Vis 2006
1. De krachtens het bepaalde in deze verordening door het productschap verwerkte gegevens mogen, voor zover bij of krachtens de wet niet anders is bepaald, zonder toestemming van de betrokken belanghebbende:
a. niet verder worden verwerkt op een wijze die onverenigbaar is met de doeleinden waarvoor zij zijn verkregen of ter vervulling van een andere taak van het productschap;
b. slechts worden verwerkt ter vervulling van een taak van het productschap dan wel het bestuursorgaan waaraan de gegevens worden verstrekt of ter verdere verwerking voor historische, statistische of wetenschappelijke doeleinden;
c. niet onder vermelding of aanduiding van de persoon of de onderneming, waarop zij betrekking hebben, worden verwerkt ten behoeve van of aan anderen dan de voorzitter, de secretaris, het personeel van het secretariaat van het productschap, zo mede de door het bestuur met de controle op het financiële beheer van het productschap belaste accountant en zijn personeel, voor zover het kennis nemen van de gegevens voor die controle noodzakelijk is.
2. Verwerking van gegevens, anders als bedoeld in het eerste lid, blijft ook achterwege in gevallen, waarin uit de aard der gegevens of uit één of meer andere omstandigheden zou kunnen blijken, op welke persoon of onderneming de gegevens betrekking hebben.
3. Het geven van voorschriften, als bedoeld in artikel 2, eerste lid onder 1, en het geven van toepassing aan het bepaalde in artikel 2, eerste lid onder 2, geschiedt slechts met betrekking tot een doel, hetwelk verband houdt met de vervulling van de taak van het productschap.
4. Namens het bestuur stelt de voorzitter bij besluit een functionaris voor de gegevensbescherming vanuit het secretariaat van het productschap aan, welke binnen het secretariaat van het productschap toezicht houdt op de verwerking en beveiliging van gegevens en daarmee ook op de toepassing en naleving van de Wet bescherming persoonsgegevens en artikel 93, derde lid, van de Wet op de bedrijfsorganisatie.
a. niet verder worden verwerkt op een wijze die onverenigbaar is met de doeleinden waarvoor zij zijn verkregen of ter vervulling van een andere taak van het productschap;
b. slechts worden verwerkt ter vervulling van een taak van het productschap dan wel het bestuursorgaan waaraan de gegevens worden verstrekt of ter verdere verwerking voor historische, statistische of wetenschappelijke doeleinden;
c. niet onder vermelding of aanduiding van de persoon of de onderneming, waarop zij betrekking hebben, worden verwerkt ten behoeve van of aan anderen dan de voorzitter, de secretaris, het personeel van het secretariaat van het productschap, zo mede de door het bestuur met de controle op het financiële beheer van het productschap belaste accountant en zijn personeel, voor zover het kennis nemen van de gegevens voor die controle noodzakelijk is.
2. Verwerking van gegevens, anders als bedoeld in het eerste lid, blijft ook achterwege in gevallen, waarin uit de aard der gegevens of uit één of meer andere omstandigheden zou kunnen blijken, op welke persoon of onderneming de gegevens betrekking hebben.
3. Het geven van voorschriften, als bedoeld in artikel 2, eerste lid onder 1, en het geven van toepassing aan het bepaalde in artikel 2, eerste lid onder 2, geschiedt slechts met betrekking tot een doel, hetwelk verband houdt met de vervulling van de taak van het productschap.
4. Namens het bestuur stelt de voorzitter bij besluit een functionaris voor de gegevensbescherming vanuit het secretariaat van het productschap aan, welke binnen het secretariaat van het productschap toezicht houdt op de verwerking en beveiliging van gegevens en daarmee ook op de toepassing en naleving van de Wet bescherming persoonsgegevens en artikel 93, derde lid, van de Wet op de bedrijfsorganisatie.
- Citeren als
- Art. 11
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0021756
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl