BWBR0023085
Geldig vanaf 2012-03-02
Artikel 3.3.1
Regeling bodemkwaliteit
1. De emissie van parameters uit niet-vormgegeven bouwstoffen, uit vormgegeven bouwstoffen waarvan de uitloging oplosbepaald is volgens de voorschriften van NEN 7375 en uit vormgegeven bouwstoffen met een open, afwaterende structuur, bedoeld in bijlage F, paragraaf 4, wordt bepaald door middel van de kolomproef volgens NEN 7373 of NEN 7383 of de beschikbaarheidsproef volgens NEN 7371.
2. De emissie van parameters uit vormgegeven bouwstoffen, waarvan de uitloging diffusiebepaald is, wordt bepaald door middel van de diffusieproef volgens NEN 7375 of de proeven uit het eerste lid. De emissie wordt in de diffusieproef berekend over 64 dagen volgens NEN 7375 onderdeel 9.4.
3. De samenstellingswaarden van bouwstoffen worden bepaald met de technieken beschreven in AP 04.
4. Indien de bepaling van de samenstelling of emissie volgens AP04 is gekoppeld aan een specifieke wijze van toepassing, wordt:
a. deze toepassingsvoorwaarde gerapporteerd door de persoon of instelling die de bouwstof heeft onderzocht en weergegeven op de milieuhygiënische verklaring, en
b. de bouwstof op deze wijze toegepast.
2. De emissie van parameters uit vormgegeven bouwstoffen, waarvan de uitloging diffusiebepaald is, wordt bepaald door middel van de diffusieproef volgens NEN 7375 of de proeven uit het eerste lid. De emissie wordt in de diffusieproef berekend over 64 dagen volgens NEN 7375 onderdeel 9.4.
3. De samenstellingswaarden van bouwstoffen worden bepaald met de technieken beschreven in AP 04.
4. Indien de bepaling van de samenstelling of emissie volgens AP04 is gekoppeld aan een specifieke wijze van toepassing, wordt:
a. deze toepassingsvoorwaarde gerapporteerd door de persoon of instelling die de bouwstof heeft onderzocht en weergegeven op de milieuhygiënische verklaring, en
b. de bouwstof op deze wijze toegepast.