BWBR0023085
Geldig vanaf 2012-03-02
Artikel 4.4.1
Regeling bodemkwaliteit
1. De kwaliteit van de grond of baggerspecie die op of in de bodem wordt toegepast, wordt uitgedrukt in de ‘kwaliteitsklasse wonen’, indien deze:
a. de achtergrondwaarden overschrijdt, en
b. de maximale waarden voor de kwaliteitsklasse wonen niet overschrijdt.
2. De kwaliteit van de grond of baggerspecie die op of in de bodem wordt toegepast, wordt uitgedrukt in de ‘kwaliteitsklasse industrie’, indien deze:
a. de maximale waarden voor de kwaliteitsklasse wonen overschrijdt, en
b. de maximale waarden voor de kwaliteitsklasse industrie niet overschrijdt.
3. De kwaliteit van grond of baggerspecie die op of in de bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam wordt toegepast, wordt uitgedrukt in de ‘kwaliteitsklasse A’, indien deze:
a. de achtergrondwaarden overschrijdt en
b. de maximale waarden voor de kwaliteitsklasse A niet overschrijdt.
4. De kwaliteit van grond of baggerspecie die op of in de bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam wordt toegepast, wordt uitgedrukt in de ‘kwaliteitsklasse B’, indien deze:
a. de maximale waarden voor de kwaliteitsklasse A overschrijdt en
b. de maximale waarden voor de kwaliteitsklasse B niet overschrijdt.
5. De indeling in de kwaliteitsklassen, bedoeld in het eerste tot en met het vierde lid, is gebaseerd op de milieuhygiënische verklaring van de grond of baggerspecie.
6. Grond of baggerspecie die de interventiewaarden overschrijdt, wordt niet in een kwaliteitsklasse ingedeeld.
a. de achtergrondwaarden overschrijdt, en
b. de maximale waarden voor de kwaliteitsklasse wonen niet overschrijdt.
2. De kwaliteit van de grond of baggerspecie die op of in de bodem wordt toegepast, wordt uitgedrukt in de ‘kwaliteitsklasse industrie’, indien deze:
a. de maximale waarden voor de kwaliteitsklasse wonen overschrijdt, en
b. de maximale waarden voor de kwaliteitsklasse industrie niet overschrijdt.
3. De kwaliteit van grond of baggerspecie die op of in de bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam wordt toegepast, wordt uitgedrukt in de ‘kwaliteitsklasse A’, indien deze:
a. de achtergrondwaarden overschrijdt en
b. de maximale waarden voor de kwaliteitsklasse A niet overschrijdt.
4. De kwaliteit van grond of baggerspecie die op of in de bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam wordt toegepast, wordt uitgedrukt in de ‘kwaliteitsklasse B’, indien deze:
a. de maximale waarden voor de kwaliteitsklasse A overschrijdt en
b. de maximale waarden voor de kwaliteitsklasse B niet overschrijdt.
5. De indeling in de kwaliteitsklassen, bedoeld in het eerste tot en met het vierde lid, is gebaseerd op de milieuhygiënische verklaring van de grond of baggerspecie.
6. Grond of baggerspecie die de interventiewaarden overschrijdt, wordt niet in een kwaliteitsklasse ingedeeld.