BWBR0023085
Geldig vanaf 2012-03-02
Artikel 3.3.2
Regeling bodemkwaliteit
1. Indien bij de kolomproef door slechte doorlatendheid van het onderzochte materiaal onvoldoende vloeistof door de kolom stroomt, wordt de emissie berekend aan de hand van de formule in bijlage K.
2. Indien de emissie, bedoeld in het eerste lid, kleiner is dan L/S=2, gelden voor het desbetreffende materiaal geen maximale emissiewaarden.
3. Indien bij een diffusieproef volgens NEN 7375 voor een bepaalde parameter geen diffusiegecontroleerd traject kan worden vastgesteld, wordt de bovengrens van de uitloging volgens de methode beschreven in onderdeel 9.6 van NEN 7375 berekend voor T=36500 dagen. Deze berekende bovengrens gedeeld door 24 geldt als de emissie uit de bouwstof.
2. Indien de emissie, bedoeld in het eerste lid, kleiner is dan L/S=2, gelden voor het desbetreffende materiaal geen maximale emissiewaarden.
3. Indien bij een diffusieproef volgens NEN 7375 voor een bepaalde parameter geen diffusiegecontroleerd traject kan worden vastgesteld, wordt de bovengrens van de uitloging volgens de methode beschreven in onderdeel 9.6 van NEN 7375 berekend voor T=36500 dagen. Deze berekende bovengrens gedeeld door 24 geldt als de emissie uit de bouwstof.