BWBR0024076
Geldig vanaf 26-06-2008
Artikel 3
Huishoudelijk reglement van het Nederlands Fonds voor Podiumkunsten+
3.1. Het Fonds wordt bestuurd door het bestuur, bestaande uit een door de Raad van toezicht vast te stellen aantal van ten minste een en ten hoogste drie natuurlijke personen, onder toezicht van de Raad van toezicht.
3.2. Indien het bestuur uit meer dan één persoon bestaat, verdeelt de voorzitter van het bestuur de taken binnen het bestuur, met goedkeuring van de Raad van Toezicht.
3.3. Ingeval van ontstentenis of belet van een of meer leden van het bestuur, zullen de overblijvende leden van de het bestuur, respectievelijk zal het enig overgebleven lid van de het bestuur met het gehele bestuur zijn belast.
3.4. Ingeval van ontstentenis of belet van alle leden of van het enige lid van het bestuur berust het bestuur tijdelijk bij de Raad van toezicht. Indien het aantal leden van het bestuur daalt onder het door de Raad van toezicht vast te stellen aantal is de Raad van toezicht verplicht zo spoedig mogelijk in de vacatures te voorzien.
3.5. Ieder lid van het bestuur is bevoegd tot het uitbrengen van één stem. Bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter van het bestuur doorslaggevend.
3.6. De voorzitter van het bestuur onderhoudt de contacten met de Personeelsvertegenwoordiging.
3.7. Het bestuur kan voor een bepaalde periode en opdracht een intendant aanstellen, zijnde iemand die op persoonlijke titel tijdelijk een budget ter beschikking krijgt om een beleidsdoelstelling van het Fonds te ontwikkelen, onverlet de bevoegdheid van het bestuur tot goedkeuring c.q. vaststelling van de betreffende financiële verplichtingen.
3.8. De Raad van toezicht voert jaarlijks een functioneringsgesprek met de leden van het bestuur.
3.2. Indien het bestuur uit meer dan één persoon bestaat, verdeelt de voorzitter van het bestuur de taken binnen het bestuur, met goedkeuring van de Raad van Toezicht.
3.3. Ingeval van ontstentenis of belet van een of meer leden van het bestuur, zullen de overblijvende leden van de het bestuur, respectievelijk zal het enig overgebleven lid van de het bestuur met het gehele bestuur zijn belast.
3.4. Ingeval van ontstentenis of belet van alle leden of van het enige lid van het bestuur berust het bestuur tijdelijk bij de Raad van toezicht. Indien het aantal leden van het bestuur daalt onder het door de Raad van toezicht vast te stellen aantal is de Raad van toezicht verplicht zo spoedig mogelijk in de vacatures te voorzien.
3.5. Ieder lid van het bestuur is bevoegd tot het uitbrengen van één stem. Bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter van het bestuur doorslaggevend.
3.6. De voorzitter van het bestuur onderhoudt de contacten met de Personeelsvertegenwoordiging.
3.7. Het bestuur kan voor een bepaalde periode en opdracht een intendant aanstellen, zijnde iemand die op persoonlijke titel tijdelijk een budget ter beschikking krijgt om een beleidsdoelstelling van het Fonds te ontwikkelen, onverlet de bevoegdheid van het bestuur tot goedkeuring c.q. vaststelling van de betreffende financiële verplichtingen.
3.8. De Raad van toezicht voert jaarlijks een functioneringsgesprek met de leden van het bestuur.
- Citeren als
- Art. 3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0024076
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl