BWBR0024076
Geldig vanaf 26-06-2008
Artikel 8
Huishoudelijk reglement van het Nederlands Fonds voor Podiumkunsten+
8.1. Er zijn in beginsel vijf adviescommissies: Theater, Muziektheater, Dans, Muziek, Festivals.
8.2. Het bestuur kan vaste adviescommissies opheffen of instellen.
8.3. Het bestuur kan daarnaast adhoc commissies samenstellen of ad hoc adviseurs toevoegen aan een advisiescommissie.
8.4. De adviescommissies zijn breed samengesteld voor wat betreft kennis van disciplines, marketingexpertise, culturele achtergronden, leeftijd, nationaliteit en sekse. De brede inzet van adviseurs waarborgt een integrale beoordeling over de gehele productieketen (scheppen, productie, programmeren en publieksbereik).
8.5. De samenstelling van de adviescommissies waarborgt een zo evenwichtige mogelijke geografische spreiding over heel Nederland.
8.6. Adviescommissies worden door de secretaris met goedkeuring van het bestuur samengesteld en bestaan uit minimaal drie leden, inclusief de voorzitter.
8.7. Alle adviescommissies hebben een vaste voorzitter.
8.8. De voorzitter:
– Leidt de adviescommissievergadering;
– Is verantwoordelijk voor een evenwichtige besluitvorming;
– Zorgt dat de adviescommissie zich houdt aan het beoordelingskader, zijnde de subsidiereglementen en de beleidsmatige richtlijnen;
– Waarborgt een eerlijke en open besluitvorming;
– Bewaakt de kwaliteit van de voorbereiding door adviescommissieleden;
– Bewaakt de integriteit van het beoordelingsproces.
8.9. De secretaris kan, met goedkeuring van het bestuur, extern advies inwinnen indien hij of zijn van oordeel is dat met betrekking tot een of meer aanvragen of criteria extra deskundigheid is vereist
8.19. Adviescommissievergaderingen zijn niet openbaar.
8.11. Adviseurs zijn verplicht aan derden geen mededelingen te doen over de inhoud van de beraadslaging over de ingediende subsidieaanvragen, over de (uitkomsten van) de behandeling van de aanvragen en over de inhoud van de adviezen. Al hetgeen daarin besproken en vastgelegd wordt, is strikt vertrouwelijk en mag slechts ter kennis van derden worden gebracht bij besluit van het bestuur.
8.2. Het bestuur kan vaste adviescommissies opheffen of instellen.
8.3. Het bestuur kan daarnaast adhoc commissies samenstellen of ad hoc adviseurs toevoegen aan een advisiescommissie.
8.4. De adviescommissies zijn breed samengesteld voor wat betreft kennis van disciplines, marketingexpertise, culturele achtergronden, leeftijd, nationaliteit en sekse. De brede inzet van adviseurs waarborgt een integrale beoordeling over de gehele productieketen (scheppen, productie, programmeren en publieksbereik).
8.5. De samenstelling van de adviescommissies waarborgt een zo evenwichtige mogelijke geografische spreiding over heel Nederland.
8.6. Adviescommissies worden door de secretaris met goedkeuring van het bestuur samengesteld en bestaan uit minimaal drie leden, inclusief de voorzitter.
8.7. Alle adviescommissies hebben een vaste voorzitter.
8.8. De voorzitter:
– Leidt de adviescommissievergadering;
– Is verantwoordelijk voor een evenwichtige besluitvorming;
– Zorgt dat de adviescommissie zich houdt aan het beoordelingskader, zijnde de subsidiereglementen en de beleidsmatige richtlijnen;
– Waarborgt een eerlijke en open besluitvorming;
– Bewaakt de kwaliteit van de voorbereiding door adviescommissieleden;
– Bewaakt de integriteit van het beoordelingsproces.
8.9. De secretaris kan, met goedkeuring van het bestuur, extern advies inwinnen indien hij of zijn van oordeel is dat met betrekking tot een of meer aanvragen of criteria extra deskundigheid is vereist
8.19. Adviescommissievergaderingen zijn niet openbaar.
8.11. Adviseurs zijn verplicht aan derden geen mededelingen te doen over de inhoud van de beraadslaging over de ingediende subsidieaanvragen, over de (uitkomsten van) de behandeling van de aanvragen en over de inhoud van de adviezen. Al hetgeen daarin besproken en vastgelegd wordt, is strikt vertrouwelijk en mag slechts ter kennis van derden worden gebracht bij besluit van het bestuur.
- Citeren als
- Art. 8
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0024076
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl