BWBR0028495
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 34
Wet toezicht verzekeringsbedrijf BES
1. Een verzekeraar is verplicht toereikende technische voorzieningen aan te houden. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur, kunnen terzake voor het levensverzekeringsbedrijf en voor het schadeverzekeringsbedrijf nadere regelen worden gesteld.
2. De technische voorzieningen dienen volledig door waarden te zijn gedekt. De Bank kan tegen de aard en de waardering van deze waarden bezwaar maken, aan welk bezwaar de verzekeraar dient tegemoet te komen.
3. De waarden die dienen tot dekking van de technische voorzieningen moeten in dezelfde muntsoort kunnen worden te gelde gemaakt of geïnd als die waarin de verplichtingen luiden. Zij moeten in de openbare lichamen aanwezig zijn, met dien verstande dat zulks ten aanzien van verzekeraars met zetel in een openbaar lichaam slechts geldt voor de waarden die dienen tot dekking van de technische voorzieningen voor de vanuit de vestigingen in de openbare lichamen aangegane verplichtingen.
Waarden die bestaan uit schuldvorderingen, zijn in de openbare lichamen aanwezig indien zij aldaar kunnen worden geïnd.
4. De Bank verleent een verzekeraar op diens verzoek ontheffing van het bepaalde in de eerste of tweede volzin van het derde lid mits de belangen van de verzekeringnemers, verzekerden of gerechtigden op uitkeringen zich naar haar oordeel daarentegen [bedoeld zal zijn: daartegen] niet verzetten. Aan een ontheffing kunnen voorwaarden worden verbonden en zij kan worden ingetrokken.
5. Een vordering op een herverzekeraar uit hoofde van een door een verzekeraar als verzekeringnemer gesloten overeenkomst van herverzekering komt als waarde, bedoeld in het derde lid, in aanmerking voor zover het naar het oordeel van de Bank aannemelijk is dat de vordering in de openbare lichamen zal worden voldaan of anders de desbetreffende schade door de verzekeraar in het buitenland moet worden vergoed. Het bepaalde in de vorige volzin is eveneens van toepassing op een toekomstige vordering op de herverzekeraar mits de vordering betrekking heeft op een reeds bekende maar nog niet afgewikkelde schade. Bij de berekening van de hoogte van de vorderingen op de herverzekeraar worden de bedragen die de verzekeraar aan de herverzekeraar verschuldigd is, in mindering gebracht op het totale bedrag van de vorderingen.
6. Ten aanzien van vorderingen op herverzekeraar als bedoeld in het vijfde lid, is het bepaalde in het derde lid, tweede volzin, niet van toepassing.
2. De technische voorzieningen dienen volledig door waarden te zijn gedekt. De Bank kan tegen de aard en de waardering van deze waarden bezwaar maken, aan welk bezwaar de verzekeraar dient tegemoet te komen.
3. De waarden die dienen tot dekking van de technische voorzieningen moeten in dezelfde muntsoort kunnen worden te gelde gemaakt of geïnd als die waarin de verplichtingen luiden. Zij moeten in de openbare lichamen aanwezig zijn, met dien verstande dat zulks ten aanzien van verzekeraars met zetel in een openbaar lichaam slechts geldt voor de waarden die dienen tot dekking van de technische voorzieningen voor de vanuit de vestigingen in de openbare lichamen aangegane verplichtingen.
Waarden die bestaan uit schuldvorderingen, zijn in de openbare lichamen aanwezig indien zij aldaar kunnen worden geïnd.
4. De Bank verleent een verzekeraar op diens verzoek ontheffing van het bepaalde in de eerste of tweede volzin van het derde lid mits de belangen van de verzekeringnemers, verzekerden of gerechtigden op uitkeringen zich naar haar oordeel daarentegen [bedoeld zal zijn: daartegen] niet verzetten. Aan een ontheffing kunnen voorwaarden worden verbonden en zij kan worden ingetrokken.
5. Een vordering op een herverzekeraar uit hoofde van een door een verzekeraar als verzekeringnemer gesloten overeenkomst van herverzekering komt als waarde, bedoeld in het derde lid, in aanmerking voor zover het naar het oordeel van de Bank aannemelijk is dat de vordering in de openbare lichamen zal worden voldaan of anders de desbetreffende schade door de verzekeraar in het buitenland moet worden vergoed. Het bepaalde in de vorige volzin is eveneens van toepassing op een toekomstige vordering op de herverzekeraar mits de vordering betrekking heeft op een reeds bekende maar nog niet afgewikkelde schade. Bij de berekening van de hoogte van de vorderingen op de herverzekeraar worden de bedragen die de verzekeraar aan de herverzekeraar verschuldigd is, in mindering gebracht op het totale bedrag van de vorderingen.
6. Ten aanzien van vorderingen op herverzekeraar als bedoeld in het vijfde lid, is het bepaalde in het derde lid, tweede volzin, niet van toepassing.
- Citeren als
- Art. 34
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028495
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl