BWBR0028495
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 58
Wet toezicht verzekeringsbedrijf BES
1. Indien de Bank een vergunning intrekt op grond van artikel 55, onder c, d of e, beperkt zij de uitoefening van de bevoegdheid van de verzekeraar om over zijn waarden te beschikken of verbiedt zij hem om anders dan met haar schriftelijke machtiging over deze waarden te beschikken, voor zover zulks niet reeds ingevolge artikel 51, eerste lid, of artikel 53, eerste lid, is geschied.
2. De Bank brengt de beperking of het verbod, opgelegd ingevolge het eerste lid, bij het besluit tot intrekking van de vergunning ter kennis van de verzekeraar.
3. De Bank maakt de beperking of het verbod, opgelegd ingevolge het eerste lid, artikel 51, eerste lid of artikel 53, eerste lid, openbaar bij de bekendmaking, bedoeld in artikel 56, derde lid.
4. De Bank kan namens de verzekeraar de ongeldigheid inroepen van een rechtshandeling, door de verzekeraar in strijd met de beperking of het verbod verricht. Is de rechtshandeling verricht voor de openbaarmaking van de beperking of het verbod, dan kan de verzekeraar dan wel de Bank namens hem de ongeldigheid van de rechtshandeling inroepen indien de wederpartij de beperking onderscheidenlijk het verbod kende of daarvan niet onkundig kon zijn.
5. De Bank heft de beperking of het verbod, opgelegd ingevolge het eerste lid, op zodra het besluit tot intrekking van de vergunning is vernietigd.
2. De Bank brengt de beperking of het verbod, opgelegd ingevolge het eerste lid, bij het besluit tot intrekking van de vergunning ter kennis van de verzekeraar.
3. De Bank maakt de beperking of het verbod, opgelegd ingevolge het eerste lid, artikel 51, eerste lid of artikel 53, eerste lid, openbaar bij de bekendmaking, bedoeld in artikel 56, derde lid.
4. De Bank kan namens de verzekeraar de ongeldigheid inroepen van een rechtshandeling, door de verzekeraar in strijd met de beperking of het verbod verricht. Is de rechtshandeling verricht voor de openbaarmaking van de beperking of het verbod, dan kan de verzekeraar dan wel de Bank namens hem de ongeldigheid van de rechtshandeling inroepen indien de wederpartij de beperking onderscheidenlijk het verbod kende of daarvan niet onkundig kon zijn.
5. De Bank heft de beperking of het verbod, opgelegd ingevolge het eerste lid, op zodra het besluit tot intrekking van de vergunning is vernietigd.
- Citeren als
- Art. 58
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028495
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl