BWBR0028495
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 4
Wet toezicht verzekeringsbedrijf BES
1. De Bank beslist voor de toepassing van deze wet of een handeling of een samenstel van handelingen al dan niet uitoefening van het levensverzekeringsbedrijf, het schadeverzekeringsbedrijf of een andersoortig bedrijf vormt en of een handeling of samenstel van handelingen al dan niet uitoefening van het verzekeringsbedrijf vanuit een vestiging in een openbaar lichaam vormt. Zij beslist ambtshalve dan wel op schriftelijk verzoek van degene die de handeling of het samenstel van handelingen verricht of voornemens is te verrichten.
2. De Bank beslist tot welke van de in artikel 3 genoemde schadegroepen een overeenkomst van schadeverzekering behoort. Zij beslist ambtshalve dan wel op schriftelijk verzoek van de verzekeraar die de overeenkomst van schadeverzekering sluit of voornemens is te sluiten.
3. De Bank deelt haar ingevolge het eerste of tweede lid genomen beslissing bij aangetekende brief aan de betrokkene mee.
4. De Bank is bevoegd bij een ieder van wie zij vermoedt dat hij het verzekeringsbedrijf uitoefent, alle inlichtingen in te winnen die redelijkerwijze nodig geacht kunnen worden om zulks te beoordelen.
5. Een ieder is verplicht de inlichtingen die ingevolge het vierde lid bij hem worden ingewonnen, binnen een door de Bank te stellen termijn te verstrekken.
6. De Bank is ter verkrijging van de in het vierde lid bedoelde inlichtingen bevoegd inzage te nemen of door personen, door haar bij uitdrukkelijke en bijzondere volmacht aangewezen, te doen nemen van de boeken en zakelijke bescheiden van degene van wie de Bank vermoedt dat hij het verzekeringsbedrijf uitoefent.
7. Hij die de in het zesde lid bedoelde boeken en zakelijke bescheiden onder zich heeft, is desgevorderd verplicht deze tot inzage over te leggen.
2. De Bank beslist tot welke van de in artikel 3 genoemde schadegroepen een overeenkomst van schadeverzekering behoort. Zij beslist ambtshalve dan wel op schriftelijk verzoek van de verzekeraar die de overeenkomst van schadeverzekering sluit of voornemens is te sluiten.
3. De Bank deelt haar ingevolge het eerste of tweede lid genomen beslissing bij aangetekende brief aan de betrokkene mee.
4. De Bank is bevoegd bij een ieder van wie zij vermoedt dat hij het verzekeringsbedrijf uitoefent, alle inlichtingen in te winnen die redelijkerwijze nodig geacht kunnen worden om zulks te beoordelen.
5. Een ieder is verplicht de inlichtingen die ingevolge het vierde lid bij hem worden ingewonnen, binnen een door de Bank te stellen termijn te verstrekken.
6. De Bank is ter verkrijging van de in het vierde lid bedoelde inlichtingen bevoegd inzage te nemen of door personen, door haar bij uitdrukkelijke en bijzondere volmacht aangewezen, te doen nemen van de boeken en zakelijke bescheiden van degene van wie de Bank vermoedt dat hij het verzekeringsbedrijf uitoefent.
7. Hij die de in het zesde lid bedoelde boeken en zakelijke bescheiden onder zich heeft, is desgevorderd verplicht deze tot inzage over te leggen.
- Citeren als
- Art. 4
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028495
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl