BWBR0028495
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 36
Wet toezicht verzekeringsbedrijf BES
1. Een verzekeraar met zetel in een openbaar lichaam die het levensverzekeringsbedrijf uitoefent, dient te beschikken over een solvabiliteitsmarge die tenminste vier procent van de voorziening voor verzekeringsverplichtingen aan het einde van het voorgaande boekjaar beloopt, zonder dat rekening wordt gehouden met de herverzekering van deze verplichtingen.
2. Een verzekeraar met zetel in een openbaar lichaam die het schadeverzekeringsbedrijf uitoefent, dient te beschikken over een solvabiliteitsmarge die tenminste vijftien procent van de in het voorgaande boekjaar geboekte bruto premie beloopt.
3. De solvabiliteitsmarge beloopt evenwel tenminste een bij algemene maatregel van bestuur voor levensverzekeraars onderscheidenlijk schadeverzekeraars vast te stellen bedrag.
4. In een krachtens artikel 26, zesde lid, vast te stellen model van een staat wordt bepaald welke vermogensbestanddelen de solvabiliteitsmarge kunnen vormen, welke vermogensbestanddelen daarbij een aftrek dienen te vormen, alsmede de mate waarin en de voorwaarden waaronder een en ander geschiedt. De Bank kan tegen de waardering van de vermogensbestanddelen bezwaar maken.
5. Indien een verzekeraar met zetel in een openbaar lichaam weet of redelijkerwijze kan voorzien dat zijn solvabiliteitsmarge niet voldoet of zal voldoen aan de eisen die daaraan krachtens het eerste tot en met derde lid zijn gesteld, doet hij hiervan terstond aan de Bank mededeling.
2. Een verzekeraar met zetel in een openbaar lichaam die het schadeverzekeringsbedrijf uitoefent, dient te beschikken over een solvabiliteitsmarge die tenminste vijftien procent van de in het voorgaande boekjaar geboekte bruto premie beloopt.
3. De solvabiliteitsmarge beloopt evenwel tenminste een bij algemene maatregel van bestuur voor levensverzekeraars onderscheidenlijk schadeverzekeraars vast te stellen bedrag.
4. In een krachtens artikel 26, zesde lid, vast te stellen model van een staat wordt bepaald welke vermogensbestanddelen de solvabiliteitsmarge kunnen vormen, welke vermogensbestanddelen daarbij een aftrek dienen te vormen, alsmede de mate waarin en de voorwaarden waaronder een en ander geschiedt. De Bank kan tegen de waardering van de vermogensbestanddelen bezwaar maken.
5. Indien een verzekeraar met zetel in een openbaar lichaam weet of redelijkerwijze kan voorzien dat zijn solvabiliteitsmarge niet voldoet of zal voldoen aan de eisen die daaraan krachtens het eerste tot en met derde lid zijn gesteld, doet hij hiervan terstond aan de Bank mededeling.
- Citeren als
- Art. 36
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028495
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl