BWBR0029081
Geldig vanaf 04-12-2010
Artikel 11
Zuivelverordening 2010, Subsidieverstrekking
1. Indien een beschikking tot subsidieverlening is gegeven wordt de subsidie overeenkomstig de subsidieverlening vastgesteld.
2. De subsidie kan lager worden vastgesteld indien:
a. de activiteiten waarvoor subsidie is verleend niet of niet geheel hebben plaatsgevonden;
b. de subsidieontvanger niet heeft voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen;
c. de subsidieontvanger onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beschikking op de aanvraag tot subsidieverlening zou hebben geleid, of
d. de subsidieverlening anderszins onjuist was en de subsidieontvanger dit wist of behoorde te weten.
3. Voor zover het bedrag van de subsidie afhankelijk is van de werkelijke kosten van de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, worden kosten die in redelijkheid niet als noodzakelijk kunnen worden beschouwd bij de vaststelling van de subsidie niet in aanmerking genomen.
4. Indien geen aanvraag om subsidievaststelling is ingediend kan de subsidie ambtshalve worden vastgesteld.
5. Indien geen beschikking tot subsidieverlening is gegeven zijn op de subsidievaststelling de bepalingen van de artikelen 6 en 7 van overeenkomstige toepassing.
2. De subsidie kan lager worden vastgesteld indien:
a. de activiteiten waarvoor subsidie is verleend niet of niet geheel hebben plaatsgevonden;
b. de subsidieontvanger niet heeft voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen;
c. de subsidieontvanger onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beschikking op de aanvraag tot subsidieverlening zou hebben geleid, of
d. de subsidieverlening anderszins onjuist was en de subsidieontvanger dit wist of behoorde te weten.
3. Voor zover het bedrag van de subsidie afhankelijk is van de werkelijke kosten van de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, worden kosten die in redelijkheid niet als noodzakelijk kunnen worden beschouwd bij de vaststelling van de subsidie niet in aanmerking genomen.
4. Indien geen aanvraag om subsidievaststelling is ingediend kan de subsidie ambtshalve worden vastgesteld.
5. Indien geen beschikking tot subsidieverlening is gegeven zijn op de subsidievaststelling de bepalingen van de artikelen 6 en 7 van overeenkomstige toepassing.
- Citeren als
- Art. 11
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0029081
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl