BWBR0029081
Geldig vanaf 04-12-2010
Artikel 7
Zuivelverordening 2010, Subsidieverstrekking
1. De subsidie kan in ieder geval worden geweigerd indien een gegronde reden bestaat om aan te nemen dat:
a. de activiteiten ten tijde van de aanvraag reeds zijn gestart of reeds zijn gestaakt dan wel reeds zijn afgerond;
b. de activiteiten niet of niet geheel zullen plaatsvinden;
c. de aanvrager niet zal voldoen aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen;
d. de aanvrager niet op een behoorlijke wijze rekening en verantwoording zal afleggen omtrent de verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten, voor zover deze voor de vaststelling van de subsidie van belang zijn;
e. de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten zal ontplooien die in strijd zijn met de wet, het algemeen belang of de openbare orde;
f. de aanvrager ook zonder subsidieverstrekking over voldoende middelen kan beschikken om de kosten van de activiteiten te bekostigen;
g. de activiteiten niet passen binnen het beleid van het productschap;
h. niet wordt of zal worden voldaan aan de bepalingen als gesteld in deze verordening.
2. De subsidieverlening kan voorts in ieder geval worden geweigerd indien de aanvrager:
a. in het kader van de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van deze gegevens tot een onjuiste beschikking op de aanvraag zou hebben geleid, of
b. failliet is verklaard of aan hem surseance van betaling is verleend of ten aanzien van hem een schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard, dan wel een verzoek daartoe bij de rechtbank is ingediend;
c. achterstallige vorderingen van het productschap op de aanvrager niet zijn voldaan.
a. de activiteiten ten tijde van de aanvraag reeds zijn gestart of reeds zijn gestaakt dan wel reeds zijn afgerond;
b. de activiteiten niet of niet geheel zullen plaatsvinden;
c. de aanvrager niet zal voldoen aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen;
d. de aanvrager niet op een behoorlijke wijze rekening en verantwoording zal afleggen omtrent de verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten, voor zover deze voor de vaststelling van de subsidie van belang zijn;
e. de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten zal ontplooien die in strijd zijn met de wet, het algemeen belang of de openbare orde;
f. de aanvrager ook zonder subsidieverstrekking over voldoende middelen kan beschikken om de kosten van de activiteiten te bekostigen;
g. de activiteiten niet passen binnen het beleid van het productschap;
h. niet wordt of zal worden voldaan aan de bepalingen als gesteld in deze verordening.
2. De subsidieverlening kan voorts in ieder geval worden geweigerd indien de aanvrager:
a. in het kader van de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van deze gegevens tot een onjuiste beschikking op de aanvraag zou hebben geleid, of
b. failliet is verklaard of aan hem surseance van betaling is verleend of ten aanzien van hem een schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard, dan wel een verzoek daartoe bij de rechtbank is ingediend;
c. achterstallige vorderingen van het productschap op de aanvrager niet zijn voldaan.
- Citeren als
- Art. 7
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0029081
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl