BWBR0029081
Geldig vanaf 04-12-2010
Artikel 6
Zuivelverordening 2010, Subsidieverstrekking
1. Subsidie wordt slechts verleend voor activiteiten ter bevordering van de sociaal-economische ontwikkeling van de sectoren waarvoor het productschap is ingesteld.
2. Gelet op het eerste lid kan subsidie onder meer worden verleend voor activiteiten in het kader van de gemeenschappelijke ondersteuning van de sectoren waarvoor het productschap is ingesteld, waaronder onderzoek, ontwikkeling, voorlichting en promotie op het gebied van het algemeen belang dienende doelen.
3. Subsidie wordt voorts slechts verleend indien:
a. het gezien de ontwikkelingen in de zuivelsector of maatschappelijke ontwikkelingen in het algemeen, wenselijk is de te subsidiëren activiteiten op het geplande moment uit te voeren;
b. van het bedrijfsleven niet goed kan worden verwacht de activiteiten waarvoor subsidie is aangevraagd zelf te financieren;
c. de activiteiten waarvoor subsidie is aangevraagd niet of niet goed door het productschap kunnen worden uitgevoerd;
d. de activiteiten in beginsel ten goede komen aan alle ondernemingen waarvoor het productschap is ingesteld of die behoren tot een bepaalde sector binnen zijn werkingssfeer en de daarbij betrokken personen;
e. de te subsidiëren activiteiten doelmatig en doeltreffend worden uitgevoerd en de kosten in verhouding staan tot de baten.
2. Gelet op het eerste lid kan subsidie onder meer worden verleend voor activiteiten in het kader van de gemeenschappelijke ondersteuning van de sectoren waarvoor het productschap is ingesteld, waaronder onderzoek, ontwikkeling, voorlichting en promotie op het gebied van het algemeen belang dienende doelen.
3. Subsidie wordt voorts slechts verleend indien:
a. het gezien de ontwikkelingen in de zuivelsector of maatschappelijke ontwikkelingen in het algemeen, wenselijk is de te subsidiëren activiteiten op het geplande moment uit te voeren;
b. van het bedrijfsleven niet goed kan worden verwacht de activiteiten waarvoor subsidie is aangevraagd zelf te financieren;
c. de activiteiten waarvoor subsidie is aangevraagd niet of niet goed door het productschap kunnen worden uitgevoerd;
d. de activiteiten in beginsel ten goede komen aan alle ondernemingen waarvoor het productschap is ingesteld of die behoren tot een bepaalde sector binnen zijn werkingssfeer en de daarbij betrokken personen;
e. de te subsidiëren activiteiten doelmatig en doeltreffend worden uitgevoerd en de kosten in verhouding staan tot de baten.
- Citeren als
- Art. 6
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0029081
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl