BWBR0029081
Geldig vanaf 04-12-2010
Artikel 8
Zuivelverordening 2010, Subsidieverstrekking
1. De subsidieontvanger kan verplichtingen worden opgelegd met betrekking tot:
a. aard en omvang van de activiteiten waarvoor subsidie wordt verleend;
b. de administratie van aan de activiteiten verbonden uitgaven en inkomsten;
c. de te verzekeren risico’s;
d. het stellen van zekerheid voor verleende voorschotten;
e. het vóór de subsidievaststelling verstrekken van gegevens en bescheiden benodigd die nodig zijn voor een beslissing omtrent de subsidie;
f. het aflegen van rekening en verantwoording omtrent de verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten, voor zover deze voor de vaststelling van belang zijn;
g. het beperken of wegnemen van de nadelige gevolgen van de subsidie voor derden.
2. De subsidieontvanger kan andere verplichtingen worden opgelegd die strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie, met betrekking tot onder meer:
a. de manier waarop het productschap betrokken is bij het verloop van de te subsidiëren activiteiten;
b. de wijze van rapportage;
c. de termijn waarbinnen de te subsidiëren activiteiten moeten zijn afgerond.
3. De subsidieontvanger kan bij de subsidieverlening ook overigens verplichtingen worden opgelegd met betrekking tot onder meer:
a. de bekendmaking van de resultaten van de gesubsidieerde activiteiten;
b. het uitgeven van rapportages aan het productschap;
c. het intellectueel eigendom van de in het kader van de gesubsidieerde activiteiten voortgebrachte producten;
d. het gebruik van de resultaten van de gesubsidieerde activiteiten;
e. de keuze van de instelling die de te subsidiëren activiteiten uitvoert;
f. de evaluatie van de gesubsidieerde activiteiten.
a. aard en omvang van de activiteiten waarvoor subsidie wordt verleend;
b. de administratie van aan de activiteiten verbonden uitgaven en inkomsten;
c. de te verzekeren risico’s;
d. het stellen van zekerheid voor verleende voorschotten;
e. het vóór de subsidievaststelling verstrekken van gegevens en bescheiden benodigd die nodig zijn voor een beslissing omtrent de subsidie;
f. het aflegen van rekening en verantwoording omtrent de verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten, voor zover deze voor de vaststelling van belang zijn;
g. het beperken of wegnemen van de nadelige gevolgen van de subsidie voor derden.
2. De subsidieontvanger kan andere verplichtingen worden opgelegd die strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie, met betrekking tot onder meer:
a. de manier waarop het productschap betrokken is bij het verloop van de te subsidiëren activiteiten;
b. de wijze van rapportage;
c. de termijn waarbinnen de te subsidiëren activiteiten moeten zijn afgerond.
3. De subsidieontvanger kan bij de subsidieverlening ook overigens verplichtingen worden opgelegd met betrekking tot onder meer:
a. de bekendmaking van de resultaten van de gesubsidieerde activiteiten;
b. het uitgeven van rapportages aan het productschap;
c. het intellectueel eigendom van de in het kader van de gesubsidieerde activiteiten voortgebrachte producten;
d. het gebruik van de resultaten van de gesubsidieerde activiteiten;
e. de keuze van de instelling die de te subsidiëren activiteiten uitvoert;
f. de evaluatie van de gesubsidieerde activiteiten.
- Citeren als
- Art. 8
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0029081
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl