BWBR0032635
Geldig vanaf 01-03-2013
Artikel 11
Stageverordening 2012
1. Aan het eind van de stage is de stagiaire in staat zelfstandig naar behoren de praktijk uit te oefenen en heeft ten minste de volgende praktijkervaring opgedaan:
a. hij is vijf keer in rechte opgetreden in procedures op tegenspraak en de patroon heeft ten minste één pleidooi of mondelinge behandeling bijgewoond,
b. hij heeft tien processtukken vervaardigd,
c. hij heeft op twee van de drie juridische hoofdrichtingen ervaring opgedaan of, indien dat niet mogelijk is, op meerdere rechtsgebieden binnen die hoofdrichting.
2. De stagiaire verricht de hem door de patroon opgedragen werkzaamheden met dien verstande dat de nakoming van de in artikel 9, tweede lid, genoemde verplichtingen voorrang heeft.
a. hij is vijf keer in rechte opgetreden in procedures op tegenspraak en de patroon heeft ten minste één pleidooi of mondelinge behandeling bijgewoond,
b. hij heeft tien processtukken vervaardigd,
c. hij heeft op twee van de drie juridische hoofdrichtingen ervaring opgedaan of, indien dat niet mogelijk is, op meerdere rechtsgebieden binnen die hoofdrichting.
2. De stagiaire verricht de hem door de patroon opgedragen werkzaamheden met dien verstande dat de nakoming van de in artikel 9, tweede lid, genoemde verplichtingen voorrang heeft.
- Citeren als
- Art. 11
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0032635
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl