BWBR0032635
Geldig vanaf 06-07-2013
Artikel 7
Stageverordening 2012
1. De raad van toezicht kan de goedkeuring, bedoeld in artikel 6, onthouden indien:
a. aan de beoogd patroon of zijn kantoor tuchtrechtelijke of strafrechtelijke sancties zijn opgelegd;
b. over de beoogd patroon of zijn kantoor klachten, waaronder tuchtrechtelijke klachten, zijn ontvangen;
c. de beoogd patroon korter dan een periode van zeven jaar in Nederland als advocaat is ingeschreven;
d. de beoogd patroon geen cursus of opleiding voor patroons heeft gevolgd;
e. de beoogd patroon reeds patroon is hetzij van een stagiaire-ondernemer, hetzij van een buitenstagiaire, hetzij van meer dan één stagiaire en de duur van de stage van een van die stagiaires korter is dan een jaar;
f. de beoogd patroon niet geschikt wordt geacht als patroon;
g. of op andere gronden te verwachten valt dat er onvoldoende begeleiding zal zijn in de praktijk.
2. De periode, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, bedraagt vier jaar indien de advocaat ingeschreven is overeenkomstig artikel 2a van de wet.
3. De raad van toezicht onthoudt de goedkeuring in ieder geval:
a. indien de beoogd patroon korter dan een aaneengesloten periode van vijf jaar in Nederland als advocaat is ingeschreven, dan wel, indien het een advocaat betreft die overeenkomstig artikel 2a van de wet is ingeschreven, een periode van twee jaar;
b. in geval het een buitenstagiaire of een stagiaire-ondernemer betreft, indien de beoogd patroon niet in Nederland als advocaat is ingeschreven voor een periode van zeven jaar, dan wel, indien het een advocaat betreft die overeenkomstig artikel 2a van de wet is ingeschreven, voor een periode van vier jaar.
a. aan de beoogd patroon of zijn kantoor tuchtrechtelijke of strafrechtelijke sancties zijn opgelegd;
b. over de beoogd patroon of zijn kantoor klachten, waaronder tuchtrechtelijke klachten, zijn ontvangen;
c. de beoogd patroon korter dan een periode van zeven jaar in Nederland als advocaat is ingeschreven;
d. de beoogd patroon geen cursus of opleiding voor patroons heeft gevolgd;
e. de beoogd patroon reeds patroon is hetzij van een stagiaire-ondernemer, hetzij van een buitenstagiaire, hetzij van meer dan één stagiaire en de duur van de stage van een van die stagiaires korter is dan een jaar;
f. de beoogd patroon niet geschikt wordt geacht als patroon;
g. of op andere gronden te verwachten valt dat er onvoldoende begeleiding zal zijn in de praktijk.
2. De periode, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, bedraagt vier jaar indien de advocaat ingeschreven is overeenkomstig artikel 2a van de wet.
3. De raad van toezicht onthoudt de goedkeuring in ieder geval:
a. indien de beoogd patroon korter dan een aaneengesloten periode van vijf jaar in Nederland als advocaat is ingeschreven, dan wel, indien het een advocaat betreft die overeenkomstig artikel 2a van de wet is ingeschreven, een periode van twee jaar;
b. in geval het een buitenstagiaire of een stagiaire-ondernemer betreft, indien de beoogd patroon niet in Nederland als advocaat is ingeschreven voor een periode van zeven jaar, dan wel, indien het een advocaat betreft die overeenkomstig artikel 2a van de wet is ingeschreven, voor een periode van vier jaar.
- Citeren als
- Art. 7
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0032635
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl