BWBR0032635
Geldig vanaf 01-03-2013
Artikel 5
Stageverordening 2012
1. De stage is geëindigd zonder stageverklaring:
a. bij onderling goedvinden van patroon en stagiaire;
b. door opzegging door de stagiaire;
c. door opzegging door de patroon, indien deze voorafgegaan is door goedkeuring van de raad van toezicht;
d. door een ambtshalve beslissing van de raad van toezicht;
e. zodra de patroon en de stagiaire niet langer in hetzelfde arrondissement zijn ingeschreven.
2. De stage is van rechtswege opgeschort:
a. indien de stagiaire de praktijk meer dan drie maanden niet uitoefent, tenzij dit het gevolg is van wettelijk zwangerschaps- of bevallingsverlof.
b. indien de patroon geschorst is, de praktijk niet meer uitoefent of het toezicht niet meer kan uitoefenen.
3. De opzegging, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, kan zonder voorafgaande goedkeuring door de raad van toezicht plaatsvinden indien het certificaat beroepsopleiding niet meer kan worden overgelegd binnen het tijdvak, bedoeld in artikel 8, derde lid, van de wet.
4. De in het eerste lid, onderdeel c, bedoelde goedkeuring wordt alleen geweigerd indien de opzegging onredelijk is.
5. De patroon brengt het einde of de opschorting, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, b en c, en tweede lid, onderdelen a en b, onverwijld schriftelijk ter kennis van de raad van toezicht.
a. bij onderling goedvinden van patroon en stagiaire;
b. door opzegging door de stagiaire;
c. door opzegging door de patroon, indien deze voorafgegaan is door goedkeuring van de raad van toezicht;
d. door een ambtshalve beslissing van de raad van toezicht;
e. zodra de patroon en de stagiaire niet langer in hetzelfde arrondissement zijn ingeschreven.
2. De stage is van rechtswege opgeschort:
a. indien de stagiaire de praktijk meer dan drie maanden niet uitoefent, tenzij dit het gevolg is van wettelijk zwangerschaps- of bevallingsverlof.
b. indien de patroon geschorst is, de praktijk niet meer uitoefent of het toezicht niet meer kan uitoefenen.
3. De opzegging, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, kan zonder voorafgaande goedkeuring door de raad van toezicht plaatsvinden indien het certificaat beroepsopleiding niet meer kan worden overgelegd binnen het tijdvak, bedoeld in artikel 8, derde lid, van de wet.
4. De in het eerste lid, onderdeel c, bedoelde goedkeuring wordt alleen geweigerd indien de opzegging onredelijk is.
5. De patroon brengt het einde of de opschorting, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, b en c, en tweede lid, onderdelen a en b, onverwijld schriftelijk ter kennis van de raad van toezicht.
- Citeren als
- Art. 5
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0032635
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl