BWBR0032635
Geldig vanaf 06-07-2013
Artikel 32
Stageverordening 2012
1. Voor stagiaires die beschikken over een op grond van de Stageverordening 2005 afgegeven bewijs dat het in artikel 9c van de wet bedoelde examen met gunstig gevolg is afgelegd en voor stagiaires die beëdigd zijn voor 1 maart 2013, ingeschreven zijn voor de beroepsopleiding en vanaf inwerkingtreding van dit artikel zonder onderbreking op het tableau staan ingeschreven, blijven de Stageverordening 2005 en de daarop berustende bepalingen van toepassing totdat de stagiaire aan de daaruit voortvloeiende verplichtingen heeft voldaan.
2. Indien een stagiaire op 1 september 2014 niet in het bezit is van het in het eerste lid genoemde bewijs kan de algemene raad, in afwijking van het eerste lid, aan de stagiaire alternatieve maatregelen opleggen ter afronding van de beroepsopleiding.
3. Indien een stagiaire er niet in slaagt de stage voor 1 maart 2016 af te ronden, kan de raad van toezicht, respectievelijk de algemene raad hem in de gelegenheid stellen de opleidingsmaatregelen als bedoeld in artikel 11 van de Stageverordening 2005 anderszins te voltooien.
4. Een stagiaire kan de algemene raad verzoeken om toegelaten te worden tot de beroepsopleiding, op grond van de Stageverordening 2005, indien hij
a. niet voldoet aan het vereiste van zonder onderbreking ingeschreven staan, bedoeld in het eerste lid,
b. reeds beëdigd is geweest,
c. op grond van de Stageverordening 2005 met de beroepsopleiding was begonnen en
d. geen certificaat als bedoeld in artikel 8, derde lid, van de wet heeft behaald.
5. De algemene raad kan, op verzoek van de stagiaire, bedoeld in het vierde lid, besluiten dat op hem de bepalingen van de Stageverordening 2005 van toepassing zijn, indien de stagiaire beëdigd is voorafgaand aan het te volgen onderwijs of het af te leggen examen dat ingevolge de Stageverordening 2005 nog gegeven of afgenomen wordt.
2. Indien een stagiaire op 1 september 2014 niet in het bezit is van het in het eerste lid genoemde bewijs kan de algemene raad, in afwijking van het eerste lid, aan de stagiaire alternatieve maatregelen opleggen ter afronding van de beroepsopleiding.
3. Indien een stagiaire er niet in slaagt de stage voor 1 maart 2016 af te ronden, kan de raad van toezicht, respectievelijk de algemene raad hem in de gelegenheid stellen de opleidingsmaatregelen als bedoeld in artikel 11 van de Stageverordening 2005 anderszins te voltooien.
4. Een stagiaire kan de algemene raad verzoeken om toegelaten te worden tot de beroepsopleiding, op grond van de Stageverordening 2005, indien hij
a. niet voldoet aan het vereiste van zonder onderbreking ingeschreven staan, bedoeld in het eerste lid,
b. reeds beëdigd is geweest,
c. op grond van de Stageverordening 2005 met de beroepsopleiding was begonnen en
d. geen certificaat als bedoeld in artikel 8, derde lid, van de wet heeft behaald.
5. De algemene raad kan, op verzoek van de stagiaire, bedoeld in het vierde lid, besluiten dat op hem de bepalingen van de Stageverordening 2005 van toepassing zijn, indien de stagiaire beëdigd is voorafgaand aan het te volgen onderwijs of het af te leggen examen dat ingevolge de Stageverordening 2005 nog gegeven of afgenomen wordt.
- Citeren als
- Art. 32
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0032635
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl