BWBR0033215
Geldig vanaf 16-01-2007
Artikel 10
Beheersregeling document- en archiefbeheer OPTA 2007
1. De voorzitter draagt er zorg voor, dat van ieder document met beleidswaarde, bewijswaarde, procesondersteunende waarde of historische waarde het volgende wordt vastgelegd: wanneer het document is ontvangen of opgemaakt, wie de afzender of opsteller is, op welke taak het document betrekking heeft, wat de status is en het ontwikkelingsstadium van het document zijn en wanneer en aan wie een exemplaar is verzonden. Dit is nader uitgewerkt in hoofdstuk 2 van het handboek.
2. Ten aanzien van de documenten met beleidswaarde, bewijswaarde, procesondersteunende waarde of historische waarde worden, zoals nader is uitgewerkt in hoofdstuk 2 van het handboek, kenmerken zodanig beschreven en geregistreerd, dat zij daarmee op eenvoudige wijze kunnen worden teruggevonden. Deze kenmerken zijn:
a. uniek registratienummer;
b. soort document;
c. het kenmerk van het document;
d. postdatum/verzenddatum brief;
e. trefwoord;
f. reactietermijn, zoals nader beschreven in hoofdstuk 2 van het handboek;
g. zaaknummer;
h. afzender;
i. ondertekenaar/geadresseerde;
j. verblijfplaats;
k. korte omschrijving onderwerp.
2. Ten aanzien van de documenten met beleidswaarde, bewijswaarde, procesondersteunende waarde of historische waarde worden, zoals nader is uitgewerkt in hoofdstuk 2 van het handboek, kenmerken zodanig beschreven en geregistreerd, dat zij daarmee op eenvoudige wijze kunnen worden teruggevonden. Deze kenmerken zijn:
a. uniek registratienummer;
b. soort document;
c. het kenmerk van het document;
d. postdatum/verzenddatum brief;
e. trefwoord;
f. reactietermijn, zoals nader beschreven in hoofdstuk 2 van het handboek;
g. zaaknummer;
h. afzender;
i. ondertekenaar/geadresseerde;
j. verblijfplaats;
k. korte omschrijving onderwerp.
- Citeren als
- Art. 10
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0033215
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl