BWBR0034456
Geldig vanaf 01-01-2014
Artikel 11
Deelreglement Suppletie van de Stichting Nederlands Fonds voor de Film
Onverminderd het bepaalde in de Awb wordt een aanvraag afgewezen indien, naar het oordeel van het bestuur:
a. een mediabedrijf, direct of indirect, een belang heeft in de aanvrager;
b. de aanvragende productiemaatschappij of één van de verantwoordelijke (co)producenten in het verleden ernstig in gebreke is gebleven bij een eerdere fondsaanvraag of terzake sprake is geweest van verwijtbaar handelen;
c. het een aanvraag betreft voor eenzelfde filmproductie, die eerder in het kader van dit deelreglement door het bestuur is afgewezen;
d. de financiële positie, ondanks de in artikel 6, achtste lid, bedoelde verklaring, dermate onzeker is dat deze bedreigend is voor de stabiliteit en solvabiliteit van de aanvrager;
e. verlening van de gevraagde subsidie ertoe zou leiden dat aan de aanvrager op grond van dit deelreglement in een kalenderjaar voor een totaalbedrag groter dan 1.500.000 euro aan subsidies wordt verleend ten behoeve van de realisering van filmproducties;
f. verlening van de subsidie niet van toepassing is op de filmproductie waarvoor subsidie wordt aangevraagd;
g. de noodzaak voor een subsidie onvoldoende is aangetoond;
h. de filmproductie waarvoor een subsidie wordt aangevraagd op grond van artikel 3 van dit deelreglement geen of niet voldoende culturele waarde heeft, of
i. de aanvraag niet voldoet aan de vereisten, criteria en bepalingen genoemd in dit deelreglement, of
j. de aanvrager niet dezelfde is als diegene, die in het kader van een ander deelreglement van het Fonds reeds subsidie voor realisering van dezelfde filmproductie heeft ontvangen.
a. een mediabedrijf, direct of indirect, een belang heeft in de aanvrager;
b. de aanvragende productiemaatschappij of één van de verantwoordelijke (co)producenten in het verleden ernstig in gebreke is gebleven bij een eerdere fondsaanvraag of terzake sprake is geweest van verwijtbaar handelen;
c. het een aanvraag betreft voor eenzelfde filmproductie, die eerder in het kader van dit deelreglement door het bestuur is afgewezen;
d. de financiële positie, ondanks de in artikel 6, achtste lid, bedoelde verklaring, dermate onzeker is dat deze bedreigend is voor de stabiliteit en solvabiliteit van de aanvrager;
e. verlening van de gevraagde subsidie ertoe zou leiden dat aan de aanvrager op grond van dit deelreglement in een kalenderjaar voor een totaalbedrag groter dan 1.500.000 euro aan subsidies wordt verleend ten behoeve van de realisering van filmproducties;
f. verlening van de subsidie niet van toepassing is op de filmproductie waarvoor subsidie wordt aangevraagd;
g. de noodzaak voor een subsidie onvoldoende is aangetoond;
h. de filmproductie waarvoor een subsidie wordt aangevraagd op grond van artikel 3 van dit deelreglement geen of niet voldoende culturele waarde heeft, of
i. de aanvraag niet voldoet aan de vereisten, criteria en bepalingen genoemd in dit deelreglement, of
j. de aanvrager niet dezelfde is als diegene, die in het kader van een ander deelreglement van het Fonds reeds subsidie voor realisering van dezelfde filmproductie heeft ontvangen.
- Citeren als
- Art. 11
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0034456
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl