BWBR0034456
Geldig vanaf 01-01-2017
Artikel 16
Deelreglement Suppletie van de Stichting Nederlands Fonds voor de Film
1. De ontvanger is verplicht om:
a. binnen een termijn van uiterlijk 12 maanden na het voornemen tot subsidieverlening, of bij het ontbreken daarvan het besluit tot subsidieverlening, de ter zake van de financiering en exploitatie van de filmproductie waarvoor subsidie is verleend definitieve schriftelijke overeenkomsten met alle bij de financiering van de filmproductie betrokken partijen te overleggen. Hieruit blijkt dat naar het oordeel van het bestuur elk van deze partijen zich onvoorwaardelijk heeft verbonden tot het hem betreffende aandeel in de financiering ten behoeve van de realisering van de filmproductie overeenkomstig de bij de subsidieaanvraag overgelegde gegevens en op voorwaarden die verenigbaar zijn met de voorwaarden die zijn verbonden aan de subsidieverlening en dit deelreglement;
b. ervoor te zorgen dat de opnamen, of in het geval van animatie de uitvoering van de filmproductie waarvoor subsidie is verleend, niet eerder starten dan nadat én door het Fonds is bericht dat de aanvrager heeft voldaan aan de verplichtingen, zoals bedoeld in het eerste lid onder a, én – indien van toepassing – het overbruggingskrediet gegarandeerd is of de completion guarantor definitieve dekking heeft verleend voor de voortbrenging en voltooiing van de filmproductie waarvoor subsidie is verleend;
c. het bestuur voorafgaand in kennis te stellen van het moment waarop de opnamen, of in het geval van animatie de uitvoering van de filmproductie waarvoor subsidie is verleend, starten en ervoor te zorgen dat de filmproductie 24 maanden na de ondertekening van de uitvoeringsovereenkomst gereed en openbaar is gemaakt.
2. Het bestuur verbindt in het geval van een financiële bijdrage, aan het besluit tot subsidieverlening de opschortende voorwaarde dat de uitvoeringsovereenkomst tot stand komt.
3. Het bestuur legt aan de subsidieontvanger de verplichting op dat:
a. de doeleinden gesteld in het filmplan op basis waarvan subsidie is verleend, op doelmatige wijze worden nagestreefd;
b. de filmproductie waarvoor een subsidie wordt verstrekt al dan niet tegen betaling openbaar toegankelijk zijn;
c. het Fonds te allen tijde juist en waarheidsgetrouw wordt geïnformeerd;
d. de administratie op overzichtelijke en doelmatige wijze wordt gevoerd conform Nederlandse regelgeving, het Financieel & Productioneel Protocol en het bijbehorende Handboek Financiële Verantwoording;
e. de administratie een juist, volledig en actueel beeld geeft van het functioneren van de aanvrager en op detailniveau aansluit op de door het Fonds goedgekeurde begroting en financieringsplan;
f. van alle ontvangsten en uitgaven deugdelijke bewijsstukken aanwezig zijn, waaruit de aard en de omvang van de geleverde goederen of van de verrichte diensten duidelijk blijken en rapportages, kosten-, bestedings- en andere overzichten in de administratie van de aanvrager zijn opgenomen;
g. de administratie en de daarbij behorende bewijsstukken ten minste gedurende vijf jaar na de vaststelling van de subsidie worden bewaard;
h. de subsidie wordt uitgegeven conform de bestedingsverplichting;
i. de met exploitatie van de filmproductie of filmactiviteit te genereren opbrengsten worden verdeeld volgens een vooraf overeengekomen wijze tussen de rechthebbenden en financiers en dat de opbrengsten van de, op grond van deze regeling verleende subsidie op een gegeven moment aangewend dienen te worden voor een volgende filmproductie, en,
j. deze ten minste eenmaal per 12 maanden een tussentijds voortgangsverslag verstrekt.
4. De ontvanger is verplicht een werkkopie van de filmproductie op te leveren, die in overeenstemming is met de aanvraag en het bijbehorende filmplan.
5. De subsidieontvanger doet onverwijld een melding aan het Fonds zodra:
a. aannemelijk is dat de filmproductie waarvoor subsidie is verleend niet, of niet tijdig of niet geheel zal worden verricht conform het doel of het filmplan op basis waarvan subsidie is verleend;
b. aannemelijk is dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan;
c. substantiële wijzigingen zijn opgetreden ten opzichte van de bij de aanvraag overgelegde gegevens die aan het Fonds zijn verstrekt in het kader van subsidieverlening dan wel -vaststelling, of,
d. met betrekking tot de uitvoering van de filmproductie of -activiteit wijzigingen zijn opgetreden ten opzichte van de aanvraag en/of bijzondere omstandigheden zich voordoen.
a. binnen een termijn van uiterlijk 12 maanden na het voornemen tot subsidieverlening, of bij het ontbreken daarvan het besluit tot subsidieverlening, de ter zake van de financiering en exploitatie van de filmproductie waarvoor subsidie is verleend definitieve schriftelijke overeenkomsten met alle bij de financiering van de filmproductie betrokken partijen te overleggen. Hieruit blijkt dat naar het oordeel van het bestuur elk van deze partijen zich onvoorwaardelijk heeft verbonden tot het hem betreffende aandeel in de financiering ten behoeve van de realisering van de filmproductie overeenkomstig de bij de subsidieaanvraag overgelegde gegevens en op voorwaarden die verenigbaar zijn met de voorwaarden die zijn verbonden aan de subsidieverlening en dit deelreglement;
b. ervoor te zorgen dat de opnamen, of in het geval van animatie de uitvoering van de filmproductie waarvoor subsidie is verleend, niet eerder starten dan nadat én door het Fonds is bericht dat de aanvrager heeft voldaan aan de verplichtingen, zoals bedoeld in het eerste lid onder a, én – indien van toepassing – het overbruggingskrediet gegarandeerd is of de completion guarantor definitieve dekking heeft verleend voor de voortbrenging en voltooiing van de filmproductie waarvoor subsidie is verleend;
c. het bestuur voorafgaand in kennis te stellen van het moment waarop de opnamen, of in het geval van animatie de uitvoering van de filmproductie waarvoor subsidie is verleend, starten en ervoor te zorgen dat de filmproductie 24 maanden na de ondertekening van de uitvoeringsovereenkomst gereed en openbaar is gemaakt.
2. Het bestuur verbindt in het geval van een financiële bijdrage, aan het besluit tot subsidieverlening de opschortende voorwaarde dat de uitvoeringsovereenkomst tot stand komt.
3. Het bestuur legt aan de subsidieontvanger de verplichting op dat:
a. de doeleinden gesteld in het filmplan op basis waarvan subsidie is verleend, op doelmatige wijze worden nagestreefd;
b. de filmproductie waarvoor een subsidie wordt verstrekt al dan niet tegen betaling openbaar toegankelijk zijn;
c. het Fonds te allen tijde juist en waarheidsgetrouw wordt geïnformeerd;
d. de administratie op overzichtelijke en doelmatige wijze wordt gevoerd conform Nederlandse regelgeving, het Financieel & Productioneel Protocol en het bijbehorende Handboek Financiële Verantwoording;
e. de administratie een juist, volledig en actueel beeld geeft van het functioneren van de aanvrager en op detailniveau aansluit op de door het Fonds goedgekeurde begroting en financieringsplan;
f. van alle ontvangsten en uitgaven deugdelijke bewijsstukken aanwezig zijn, waaruit de aard en de omvang van de geleverde goederen of van de verrichte diensten duidelijk blijken en rapportages, kosten-, bestedings- en andere overzichten in de administratie van de aanvrager zijn opgenomen;
g. de administratie en de daarbij behorende bewijsstukken ten minste gedurende vijf jaar na de vaststelling van de subsidie worden bewaard;
h. de subsidie wordt uitgegeven conform de bestedingsverplichting;
i. de met exploitatie van de filmproductie of filmactiviteit te genereren opbrengsten worden verdeeld volgens een vooraf overeengekomen wijze tussen de rechthebbenden en financiers en dat de opbrengsten van de, op grond van deze regeling verleende subsidie op een gegeven moment aangewend dienen te worden voor een volgende filmproductie, en,
j. deze ten minste eenmaal per 12 maanden een tussentijds voortgangsverslag verstrekt.
4. De ontvanger is verplicht een werkkopie van de filmproductie op te leveren, die in overeenstemming is met de aanvraag en het bijbehorende filmplan.
5. De subsidieontvanger doet onverwijld een melding aan het Fonds zodra:
a. aannemelijk is dat de filmproductie waarvoor subsidie is verleend niet, of niet tijdig of niet geheel zal worden verricht conform het doel of het filmplan op basis waarvan subsidie is verleend;
b. aannemelijk is dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan;
c. substantiële wijzigingen zijn opgetreden ten opzichte van de bij de aanvraag overgelegde gegevens die aan het Fonds zijn verstrekt in het kader van subsidieverlening dan wel -vaststelling, of,
d. met betrekking tot de uitvoering van de filmproductie of -activiteit wijzigingen zijn opgetreden ten opzichte van de aanvraag en/of bijzondere omstandigheden zich voordoen.
- Citeren als
- Art. 16
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0034456
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl