BWBR0034456
Geldig vanaf 01-01-2017
Artikel 6
Deelreglement Suppletie van de Stichting Nederlands Fonds voor de Film
1. Aanvragen op grond van dit reglement kunnen vanaf 15 maart het gehele verdere jaar worden ingediend. Een aanvraag dient niet later dan acht weken voor aanvang van de eerste draaidag te zijn ingediend.
2. In afwijking op het voorgaande lid kan het bestuur besluiten tijdelijke indienstops dan wel vaste indienmomenten in te lassen. Deze worden bekendgemaakt op de website van het Fonds www.filmfonds.nl.
3. Een aanvraag is gericht aan het bestuur. Het bestuur beslist uiterlijk binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag.
4. Een aanvraag wordt digitaal ingediend, waarbij een schriftelijke, door de aanvrager ondertekende, kopie van deze digitale aanvraag aan het Fonds wordt overgelegd.
5. Het aanvraagformulier is naar waarheid, volledig en volgens de in de toelichting bij het aanvraagformulier en het Financieel & Productioneel Protocol vermelde richtlijnen ingevuld, voorzien van alle gevraagde bijlagen.
6. Indien het bestuur constateert dat een aanvraag onvolledig is ingediend stelt hij de aanvrager in de gelegenheid de aanvraag binnen een termijn van vijf werkdagen aan te vullen. Indien de aanvrager er niet in slaagt om de aanvraag binnen de gestelde termijn aan te vullen, dan wordt de onvolledig zijnde aanvraag niet in behandeling genomen.
7. Voor zover de aanvrager voor dezelfde begrote uitgaven tevens subsidie heeft aangevraagd bij andere bestuursorganen, doet hij daarvan mededeling in de aanvraag, onder vermelding van de stand van zaken met betrekking tot de beoordeling van die aanvraag of aanvragen.
8. Voor zover de aanvrager voor dezelfde begrote uitgaven tevens financiering heeft aangevraagd bij of heeft ontvangen van private partijen, doet hij daarvan mededeling in de aanvraag door middel van specificatie van deze partijen, onder vermelding van de stand van zaken met betrekking tot deze financiering.
9. De aanvrager overlegt bij de aanvraag in ieder geval een verklaring waarin hij garandeert dat zijn financiële positie, en dan met name de relatie tussen beschikbare middelen en aangegane verplichtingen, voorafgaand aan de aanvraag geen negatieve ontwikkeling heeft gekend die bedreigend is geweest voor de stabiliteit en solvabiliteit van de aanvrager en, naar reële verwachting, deze ook niet zal kennen.
10. De aanvrager overlegt de verklaring(en) van de (film)distributeurs en/of derden die zich wat betreft financiering, vertoning en/of exploitatie aan de filmproductie verbinden.
11. De aanvrager overlegt een planning en daarop aansluitende begroting waarbij rekening is gehouden met een gedegen artistieke en productionele uitontwikkeling waarvoor een deel van de subsidie aangevraagd kan worden.
12. De aanvrager overlegt op grond van een voornemen tot subsidieverlening en in gezamenlijkheid met een filmdistributeur een gedetailleerd crossmediaal marketing en distributieplan. Dit plan is gericht op het behalen van een optimaal publieksbereik in Nederland via een theatrical en non theatrical release.
13. Een aanvrager kan in één jaar maximaal twee aanvragen voor nieuwe filmproducties indienen.
14. Indien een aanvraag niet voldoet aan de vereisten van artikel 7 en artikel 8 wordt de aanvrager eenmalig in de gelegenheid gesteld om een nieuwe aanvraag voor een andere filmproductie in te dienen.
2. In afwijking op het voorgaande lid kan het bestuur besluiten tijdelijke indienstops dan wel vaste indienmomenten in te lassen. Deze worden bekendgemaakt op de website van het Fonds www.filmfonds.nl.
3. Een aanvraag is gericht aan het bestuur. Het bestuur beslist uiterlijk binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag.
4. Een aanvraag wordt digitaal ingediend, waarbij een schriftelijke, door de aanvrager ondertekende, kopie van deze digitale aanvraag aan het Fonds wordt overgelegd.
5. Het aanvraagformulier is naar waarheid, volledig en volgens de in de toelichting bij het aanvraagformulier en het Financieel & Productioneel Protocol vermelde richtlijnen ingevuld, voorzien van alle gevraagde bijlagen.
6. Indien het bestuur constateert dat een aanvraag onvolledig is ingediend stelt hij de aanvrager in de gelegenheid de aanvraag binnen een termijn van vijf werkdagen aan te vullen. Indien de aanvrager er niet in slaagt om de aanvraag binnen de gestelde termijn aan te vullen, dan wordt de onvolledig zijnde aanvraag niet in behandeling genomen.
7. Voor zover de aanvrager voor dezelfde begrote uitgaven tevens subsidie heeft aangevraagd bij andere bestuursorganen, doet hij daarvan mededeling in de aanvraag, onder vermelding van de stand van zaken met betrekking tot de beoordeling van die aanvraag of aanvragen.
8. Voor zover de aanvrager voor dezelfde begrote uitgaven tevens financiering heeft aangevraagd bij of heeft ontvangen van private partijen, doet hij daarvan mededeling in de aanvraag door middel van specificatie van deze partijen, onder vermelding van de stand van zaken met betrekking tot deze financiering.
9. De aanvrager overlegt bij de aanvraag in ieder geval een verklaring waarin hij garandeert dat zijn financiële positie, en dan met name de relatie tussen beschikbare middelen en aangegane verplichtingen, voorafgaand aan de aanvraag geen negatieve ontwikkeling heeft gekend die bedreigend is geweest voor de stabiliteit en solvabiliteit van de aanvrager en, naar reële verwachting, deze ook niet zal kennen.
10. De aanvrager overlegt de verklaring(en) van de (film)distributeurs en/of derden die zich wat betreft financiering, vertoning en/of exploitatie aan de filmproductie verbinden.
11. De aanvrager overlegt een planning en daarop aansluitende begroting waarbij rekening is gehouden met een gedegen artistieke en productionele uitontwikkeling waarvoor een deel van de subsidie aangevraagd kan worden.
12. De aanvrager overlegt op grond van een voornemen tot subsidieverlening en in gezamenlijkheid met een filmdistributeur een gedetailleerd crossmediaal marketing en distributieplan. Dit plan is gericht op het behalen van een optimaal publieksbereik in Nederland via een theatrical en non theatrical release.
13. Een aanvrager kan in één jaar maximaal twee aanvragen voor nieuwe filmproducties indienen.
14. Indien een aanvraag niet voldoet aan de vereisten van artikel 7 en artikel 8 wordt de aanvrager eenmalig in de gelegenheid gesteld om een nieuwe aanvraag voor een andere filmproductie in te dienen.
- Citeren als
- Art. 6
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0034456
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl