BWBR0035248
Geldig vanaf 2024-03-06
Artikel 7.4
Regeling houders van dieren
1. De houder van varkens laat het bloed, bedoeld in artikel 7.3, eerste of tweede lid, in een laboratorium dat daarvoor op grond van artikel 3 van de Regeling erkenning veterinaire laboratoriais erkend, onderzoeken op de aanwezigheid van antistoffen tegen het Aujeszky-virus of het Aujeszky-vaccin.
2. De monsters worden uiterlijk op de werkdag na de dag dat ze zijn genomen aangeleverd bij het laboratorium, bedoeld in het eerste lid.
3. Bij aanlevering van de monsters worden in ieder geval de volgende gegevens aangeleverd:
a. gegevens ter identificatie van de houder van de varkens, van degene die het monster heeft genomen en van de varkens die zijn bemonsterd;
b. de dag waarop de monsters zijn genomen;
c. de afdeling waarin de varkens gehuisvest zijn;
d. de dag waarop de monsters worden verzonden; en
e. de handtekening van de inzender van de monsters.
2. De monsters worden uiterlijk op de werkdag na de dag dat ze zijn genomen aangeleverd bij het laboratorium, bedoeld in het eerste lid.
3. Bij aanlevering van de monsters worden in ieder geval de volgende gegevens aangeleverd:
a. gegevens ter identificatie van de houder van de varkens, van degene die het monster heeft genomen en van de varkens die zijn bemonsterd;
b. de dag waarop de monsters zijn genomen;
c. de afdeling waarin de varkens gehuisvest zijn;
d. de dag waarop de monsters worden verzonden; en
e. de handtekening van de inzender van de monsters.