BWBR0035248
Geldig vanaf 2024-03-06
Artikel 7b.22
Regeling houders van dieren
1. Een houder als bedoeld in artikel 2.76ic, tweede lid, van het besluitdie kippen opfokt die bestemd zijn om te worden gehouden als legkip laat, in afwijking van dat artikel, in de drie weken voorafgaand aan de verplaatsing van een koppel kippen naar een ander legkippenbedrijf van die dieren 24 bloedmonsters nemen.
2. Een houder als bedoeld in artikel 2.76ic, tweede lid, van het besluitvan een koppel legkippen laat, in afwijking van dat artikel, negen weken voorafgaand aan het moment waarop die dieren worden geslacht van die dieren 10 bloedmonsters nemen.
3. Een houder als bedoeld in artikel 2.76ic, tweede lid, van het besluitvan vleeskalkoenen laat, in afwijking van dat artikel, drie weken voorafgaand aan het moment waarop de dieren worden geslacht van die dieren 24 bloedmonsters nemen.
4. De artikelen 7b.18 tot en met 7b.21zijn van overeenkomstige toepassing op de monstername en het onderzoek, bedoeld in het eerste tot en met derde lid.
2. Een houder als bedoeld in artikel 2.76ic, tweede lid, van het besluitvan een koppel legkippen laat, in afwijking van dat artikel, negen weken voorafgaand aan het moment waarop die dieren worden geslacht van die dieren 10 bloedmonsters nemen.
3. Een houder als bedoeld in artikel 2.76ic, tweede lid, van het besluitvan vleeskalkoenen laat, in afwijking van dat artikel, drie weken voorafgaand aan het moment waarop de dieren worden geslacht van die dieren 24 bloedmonsters nemen.
4. De artikelen 7b.18 tot en met 7b.21zijn van overeenkomstige toepassing op de monstername en het onderzoek, bedoeld in het eerste tot en met derde lid.