BWBR0035248
Geldig vanaf 2024-03-06
Artikel 7b.36
Regeling houders van dieren
1. Indien uit het onderzoek, bedoeld in artikel 7b.29, eerste lid, blijkt dat de betreffende waarde, bedoeld in bijlage 12, onderdeel 1, bij een koppel vermeerderingsdieren van de soort kip of kalkoen, of kippen of kalkoenen die worden opgefokt tot vermeerderingsdier, leghennen of dieren die worden opgefokt tot leghen niet wordt behaald, laat de exploitant de dieren terstond door een dierenarts vaccineren.
2. Binnen vier weken na vaccinatie, bedoeld in het eerste lid, worden de dieren, bedoeld in dat lid opnieuw onderzocht. Artikel 7b.29in samenhang met artikel 7b.31, aanhefof 7b.32, aanhef, zijn van overeenkomstige toepassing.
3. De houder stuurt uiterlijk twee weken na de vaccinatie een kopie van de gegevens, bedoeld in artikel 7b.28, vierde lid, aan de instelling die op grond van artikel 3.1 van het Besluit diergezondheidis aangewezen voor de uitvoering van het monitoringsprogramma voor Newcastle disease.
2. Binnen vier weken na vaccinatie, bedoeld in het eerste lid, worden de dieren, bedoeld in dat lid opnieuw onderzocht. Artikel 7b.29in samenhang met artikel 7b.31, aanhefof 7b.32, aanhef, zijn van overeenkomstige toepassing.
3. De houder stuurt uiterlijk twee weken na de vaccinatie een kopie van de gegevens, bedoeld in artikel 7b.28, vierde lid, aan de instelling die op grond van artikel 3.1 van het Besluit diergezondheidis aangewezen voor de uitvoering van het monitoringsprogramma voor Newcastle disease.