BWBR0035399
Geldig vanaf 07-07-2014
Artikel 4
De subsidieregeling regionale transfercentra PO
1. In de planfase komen voor subsidie in aanmerking de salariskosten van de persoon, die namens dan wel op verzoek van de samenwerkingspartners activiteiten, gericht op de totstandkoming van het projectplan, op het verkrijgen van draagvlak daarvoor en op de ondertekening daarvan door één of meer tot de samenwerkingspartners behorende bevoegde gezagen coördineert en begeleidt. Deze salariskosten komen alleen dan voor subsidie in aanmerking, indien de persoon in kwestie in dienst is van één of meer van de tot de samenwerkingspartners behorende bevoegde gezagen. Voorts worden alleen de feitelijke gemaakte salariskosten gesubsidieerd tot het in artikel 2 lid 5 genoemde maximum voor deze fase. Deze feitelijk gemaakte salariskosten blijken uit de documenten als bedoeld in artikel 7 lid 7.
Voorts komen voor subsidie in aanmerking de feitelijk gemaakte kosten van communicatie met de tot de betreffende samenwerkingspartners behorende bevoegde gezagen tot het in artikel 2 lid 5 vermelde maximum. Ten bewijze van de gemaakte kosten wordt een afrekening aan het bestuur overgelegd voorzien van facturen/betaalbonnen met (in kopie) betaalbewijzen, getekend voor akkoord bevonden en (bij levering van goederen) van de pakbon(nen) in kwestie.
2. In de startfase komen voor subsidie in aanmerking de salariskosten van de persoon, die namens dan wel op verzoek van de samenwerkingspartners de activiteiten, gericht op de inrichting en opstart van het centrum coördineert, begeleidt en/of (deels) uitvoert. Deze salariskosten komen alleen dan voor subsidie in aanmerking, indien de persoon in kwestie in dienst is van één of meer tot de samenwerkingspartners behorende bevoegde gezagen.
Voorts worden alleen de feitelijk gemaakte salariskosten gesubsidieerd tot het in artikel 2 lid 5 genoemde maximum voor deze fase. Deze feitelijk gemaakte salariskosten blijken uit de documenten als bedoeld in artikel 7 lid 7.
Voorts komen voor subsidie in aanmerking de feitelijk gemaakte kosten voor de inrichting van maximaal drie werkplekken per centrum, ICT, databases en dergelijke in de vorm van het vaste bedrag als in artikel 2 lid 6 voor deze fase genoemd. Ten bewijze van de gemaakte kosten wordt een afrekening aan het bestuur overgelegd voorzien van facturen/ betaalbonnen met (in kopie) betaalbewijzen, getekend voor akkoord bevonden en (bij levering van goederen) van de pakbon(nen) in kwestie.
3. In de aanjaagfase komen voor subsidie in aanmerking de salariskosten van de persoon die de werkzaamheden van het centrum aanstuurt dan wel coördineert dan wel (deels) uitvoert, dit namens de samenwerkingspartners. Deze salariskosten komen alleen dan voor subsidie in aanmerking, indien de persoon in kwestie in dienst is van één of meer tot de samenwerkingspartners behorende bevoegde gezagen dan wel in dienst van het centrum.
Voorts worden alleen de feitelijk gemaakte salariskosten gesubsidieerd tot het in artikel 2 lid 5 genoemde maximum voor deze fase. Deze feitelijk gemaakte salariskosten blijken uit de documenten als bedoeld in artikel 7 lid 7.
Voorts komen voor subsidie in aanmerking de kosten, verbonden aan uitgevoerde individuele begeleidingstrajecten van werk naar werk van personeelsleden, in dienst van één of meer van de in het centrum samenwerkende bevoegde gezagen tot de maxima als genoemd in artikel 2 lid 7 voor deze fase genoemd.
De hoogte van de te verstrekken subsidie wordt vastgesteld aan de hand van door het centrum ingezonden, reeds door het bevoegde gezag/de bevoegde gezagen in kwestie betaalde factuur/facturen, voor akkoord getekend en met (in kopie) betaalbewijzen.
4. Voor de subsidies in euro’s wordt door de contactpersoon aan het bestuur het rekeningnummer doorgegeven waarnaar de gelden overgemaakt kunnen worden. Houder van het rekeningnummer is één van de tot de samenwerkingspartners behorende bevoegde gezagen.
Voorts komen voor subsidie in aanmerking de feitelijk gemaakte kosten van communicatie met de tot de betreffende samenwerkingspartners behorende bevoegde gezagen tot het in artikel 2 lid 5 vermelde maximum. Ten bewijze van de gemaakte kosten wordt een afrekening aan het bestuur overgelegd voorzien van facturen/betaalbonnen met (in kopie) betaalbewijzen, getekend voor akkoord bevonden en (bij levering van goederen) van de pakbon(nen) in kwestie.
2. In de startfase komen voor subsidie in aanmerking de salariskosten van de persoon, die namens dan wel op verzoek van de samenwerkingspartners de activiteiten, gericht op de inrichting en opstart van het centrum coördineert, begeleidt en/of (deels) uitvoert. Deze salariskosten komen alleen dan voor subsidie in aanmerking, indien de persoon in kwestie in dienst is van één of meer tot de samenwerkingspartners behorende bevoegde gezagen.
Voorts worden alleen de feitelijk gemaakte salariskosten gesubsidieerd tot het in artikel 2 lid 5 genoemde maximum voor deze fase. Deze feitelijk gemaakte salariskosten blijken uit de documenten als bedoeld in artikel 7 lid 7.
Voorts komen voor subsidie in aanmerking de feitelijk gemaakte kosten voor de inrichting van maximaal drie werkplekken per centrum, ICT, databases en dergelijke in de vorm van het vaste bedrag als in artikel 2 lid 6 voor deze fase genoemd. Ten bewijze van de gemaakte kosten wordt een afrekening aan het bestuur overgelegd voorzien van facturen/ betaalbonnen met (in kopie) betaalbewijzen, getekend voor akkoord bevonden en (bij levering van goederen) van de pakbon(nen) in kwestie.
3. In de aanjaagfase komen voor subsidie in aanmerking de salariskosten van de persoon die de werkzaamheden van het centrum aanstuurt dan wel coördineert dan wel (deels) uitvoert, dit namens de samenwerkingspartners. Deze salariskosten komen alleen dan voor subsidie in aanmerking, indien de persoon in kwestie in dienst is van één of meer tot de samenwerkingspartners behorende bevoegde gezagen dan wel in dienst van het centrum.
Voorts worden alleen de feitelijk gemaakte salariskosten gesubsidieerd tot het in artikel 2 lid 5 genoemde maximum voor deze fase. Deze feitelijk gemaakte salariskosten blijken uit de documenten als bedoeld in artikel 7 lid 7.
Voorts komen voor subsidie in aanmerking de kosten, verbonden aan uitgevoerde individuele begeleidingstrajecten van werk naar werk van personeelsleden, in dienst van één of meer van de in het centrum samenwerkende bevoegde gezagen tot de maxima als genoemd in artikel 2 lid 7 voor deze fase genoemd.
De hoogte van de te verstrekken subsidie wordt vastgesteld aan de hand van door het centrum ingezonden, reeds door het bevoegde gezag/de bevoegde gezagen in kwestie betaalde factuur/facturen, voor akkoord getekend en met (in kopie) betaalbewijzen.
4. Voor de subsidies in euro’s wordt door de contactpersoon aan het bestuur het rekeningnummer doorgegeven waarnaar de gelden overgemaakt kunnen worden. Houder van het rekeningnummer is één van de tot de samenwerkingspartners behorende bevoegde gezagen.
- Citeren als
- Art. 4
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0035399
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl