BWBR0035399
Geldig vanaf 07-07-2014
Artikel 6
De subsidieregeling regionale transfercentra PO
1. Aanvragen tot subsidieverlening die na 29 februari 2016 door het bestuur ontvangen worden, worden buiten behandeling gelaten.
2. De behandeling van een aanvraag tot subsidieverlening voor een betreffende fase wordt bij voorbaat opgeschort indien voorafgaand aan deze aanvraag tot subsidieverlening reeds door tien andere groepen van samenwerkingspartners subsidie is aangevraagd. Behandeling van aanvragen gaat op volgorde van binnenkomst. Indien de hiervoor bedoelde tien aanvragen leiden tot subsidieverlening, wordt de opgeschorte subsidieaanvraag afgewezen. Indien minstens één van de tien aanvragen niet leidt tot subsidieverlening, dan wordt de opgeschorte aanvraag alsnog in behandeling genomen. De behandeling van de opgeschorte aanvragen gaat ook op volgorde van binnenkomst.
3. De aanvraag tot subsidie voor de planfase wordt niet toegekend indien er geen ondertekende startverklaring wordt overgelegd als bedoeld in artikel 5 lid 1.
4. De subsidie voor de startfase wordt niet toegekend als er geen projectplan als bedoeld in artikel 1 lid 12 wordt overgelegd. De subsidieaanvraag wordt voorts niet verleend als het projectplan niet dan wel onvoldoende voldoet aan één of meer van de in het format vastgelegde eisen, maar niet voordat de samenwerkingspartners in de gelegenheid zijn gebracht het projectplan conform het format in te dienen. De samenwerkingspartners worden schriftelijk in kennis gesteld van de eisen waaraan het ingediende projectplan niet of onvoldoende voldoet.
Indien niet uiterlijk op 15 december 2015 een projectplan is ingediend dat aan de in het format gestelde eisen voldoet, wordt geen subsidie verleend als bedoeld in artikel 2 sub 6, 7 en 8.
5. De aanvraag tot subsidie voor de aanjaagfase wordt niet toegekend, indien de samenwerkingspartners geen ondertekende verklaring kunnen overleggen inhoudende dat het centrum gereed is om het projectplan uit te voeren.
6. De samenwerkingspartners informeren het bestuur terstond wanneer één of meer van de onderstaande situaties zich voordoen:
a) één of meer tot de samenwerkingspartners behorende bevoegde gezagen zich terugtrekt uit de samenwerking dan wel uit het centrum;
b) een bevoegd gezag tot de samenwerkingspartners en daarmee tot het centrum toetreedt;
c) een omstandigheid zich voordoet waardoor de uitvoering van het projectplan vertraging oploopt en/of op andere wijze gevaar loopt.
7. In geval lid 1 van dit artikel van toepassing is, bepaalt het bestuur in de geest van de subsidieregeling, de beschikking en het sectorplan PO wat de gevolgen zijn voor de subsidietoekenning dan wel aan welke voorwaarden de samenwerkingspartners dan wel het centrum moet voldoen om de toegekende subsidie te behouden.
8. De bevoegdheid tot subsidieverlening op de aanvraag ligt bij het bestuur, maar het bestuur heeft de leden van de stuurgroep (in hun functie, dus zowel zittende leden als hun eventuele opvolgers) bij schriftelijk mandaat de bevoegdheid gegeven om namens het bestuur gezamenlijk, bij meerderheidsbesluit, te beslissen op aanvragen tot verlening, vaststelling en betaling van subsidie op basis van de subsidieregeling.
9. Een aanvraag tot subsidieverlening wordt verleend onder de opschortende voorwaarde dat de Minister van SZW de subsidie vaststelt zoals verleend in de beschikking.
10. De aanvraag tot subsidieverlening wordt geweigerd c.q. verminderd indien naar het oordeel van het bestuur gegronde redenen bestaan om aan te nemen dat:
a) de kosten van de maatregelen waarvoor subsidie wordt aangevraagd, niet voldoende zijn onderbouwd;
b) onvoldoende zekerheid bestaat dat de administratie van de samenwerkingspartners zal voldoen aan de daaraan gestelde eisen;
c) de activiteiten niet of niet geheel zullen plaatsvinden;
d) de samenwerkingspartners niet zullen voldoen aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen;
e) de samenwerkingspartners niet zullen voldoen aan de verplichtingen voortvloeiend uit de beschikking, de regeling en/of de kaderregeling;
f) de samenwerkingspartners niet op een behoorlijke wijze rekening en verantwoording zullen afleggen omtrent de verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten, voor zover deze voor de vaststelling van de subsidie van belang zijn;
g) in het kader van de aanvraag en/of het verzoek als bedoeld in artikel 5 onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt en de verstrekking van deze gegevens tot een onjuiste beschikking op de aanvraag zou hebben geleid;
h) de aanvraag en/of het verzoek als bedoeld in artikel 5 voor een betreffende fase te laat wordt ingediend;
i) in het geval de aanvraag betrekking heeft op een bestaande voorziening die naar aard en doelstelling gelijk te stellen is aan een transfercentrum;
j) indien de aanvraag betrekking heeft op een activiteit die is aan te merken als een activiteit in artikel 2 en/of 3 en welke activiteit ten tijde van de subsidieaanvraag reeds was aangevangen of afgerond.
11. Indien de aanvraag in de betreffende fase compleet en volledig is ingevuld, beslist het bestuur binnen vier weken na ontvangst van het verzoek omtrent de betreffende fase over de verlening en de hoogte van de subsidie.
12. Indien uit de aanvraag van de subsidie volgt dat voor de beslissing op de verlening een langere termijn nodig is dan de in het vorige lid genoemde termijn, dan bericht het bestuur de samenwerkingspartners zo spoedig mogelijk na ontvangst van de aanvraag van de termijnverlenging, die maximaal 4 weken kan bedragen.
2. De behandeling van een aanvraag tot subsidieverlening voor een betreffende fase wordt bij voorbaat opgeschort indien voorafgaand aan deze aanvraag tot subsidieverlening reeds door tien andere groepen van samenwerkingspartners subsidie is aangevraagd. Behandeling van aanvragen gaat op volgorde van binnenkomst. Indien de hiervoor bedoelde tien aanvragen leiden tot subsidieverlening, wordt de opgeschorte subsidieaanvraag afgewezen. Indien minstens één van de tien aanvragen niet leidt tot subsidieverlening, dan wordt de opgeschorte aanvraag alsnog in behandeling genomen. De behandeling van de opgeschorte aanvragen gaat ook op volgorde van binnenkomst.
3. De aanvraag tot subsidie voor de planfase wordt niet toegekend indien er geen ondertekende startverklaring wordt overgelegd als bedoeld in artikel 5 lid 1.
4. De subsidie voor de startfase wordt niet toegekend als er geen projectplan als bedoeld in artikel 1 lid 12 wordt overgelegd. De subsidieaanvraag wordt voorts niet verleend als het projectplan niet dan wel onvoldoende voldoet aan één of meer van de in het format vastgelegde eisen, maar niet voordat de samenwerkingspartners in de gelegenheid zijn gebracht het projectplan conform het format in te dienen. De samenwerkingspartners worden schriftelijk in kennis gesteld van de eisen waaraan het ingediende projectplan niet of onvoldoende voldoet.
Indien niet uiterlijk op 15 december 2015 een projectplan is ingediend dat aan de in het format gestelde eisen voldoet, wordt geen subsidie verleend als bedoeld in artikel 2 sub 6, 7 en 8.
5. De aanvraag tot subsidie voor de aanjaagfase wordt niet toegekend, indien de samenwerkingspartners geen ondertekende verklaring kunnen overleggen inhoudende dat het centrum gereed is om het projectplan uit te voeren.
6. De samenwerkingspartners informeren het bestuur terstond wanneer één of meer van de onderstaande situaties zich voordoen:
a) één of meer tot de samenwerkingspartners behorende bevoegde gezagen zich terugtrekt uit de samenwerking dan wel uit het centrum;
b) een bevoegd gezag tot de samenwerkingspartners en daarmee tot het centrum toetreedt;
c) een omstandigheid zich voordoet waardoor de uitvoering van het projectplan vertraging oploopt en/of op andere wijze gevaar loopt.
7. In geval lid 1 van dit artikel van toepassing is, bepaalt het bestuur in de geest van de subsidieregeling, de beschikking en het sectorplan PO wat de gevolgen zijn voor de subsidietoekenning dan wel aan welke voorwaarden de samenwerkingspartners dan wel het centrum moet voldoen om de toegekende subsidie te behouden.
8. De bevoegdheid tot subsidieverlening op de aanvraag ligt bij het bestuur, maar het bestuur heeft de leden van de stuurgroep (in hun functie, dus zowel zittende leden als hun eventuele opvolgers) bij schriftelijk mandaat de bevoegdheid gegeven om namens het bestuur gezamenlijk, bij meerderheidsbesluit, te beslissen op aanvragen tot verlening, vaststelling en betaling van subsidie op basis van de subsidieregeling.
9. Een aanvraag tot subsidieverlening wordt verleend onder de opschortende voorwaarde dat de Minister van SZW de subsidie vaststelt zoals verleend in de beschikking.
10. De aanvraag tot subsidieverlening wordt geweigerd c.q. verminderd indien naar het oordeel van het bestuur gegronde redenen bestaan om aan te nemen dat:
a) de kosten van de maatregelen waarvoor subsidie wordt aangevraagd, niet voldoende zijn onderbouwd;
b) onvoldoende zekerheid bestaat dat de administratie van de samenwerkingspartners zal voldoen aan de daaraan gestelde eisen;
c) de activiteiten niet of niet geheel zullen plaatsvinden;
d) de samenwerkingspartners niet zullen voldoen aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen;
e) de samenwerkingspartners niet zullen voldoen aan de verplichtingen voortvloeiend uit de beschikking, de regeling en/of de kaderregeling;
f) de samenwerkingspartners niet op een behoorlijke wijze rekening en verantwoording zullen afleggen omtrent de verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten, voor zover deze voor de vaststelling van de subsidie van belang zijn;
g) in het kader van de aanvraag en/of het verzoek als bedoeld in artikel 5 onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt en de verstrekking van deze gegevens tot een onjuiste beschikking op de aanvraag zou hebben geleid;
h) de aanvraag en/of het verzoek als bedoeld in artikel 5 voor een betreffende fase te laat wordt ingediend;
i) in het geval de aanvraag betrekking heeft op een bestaande voorziening die naar aard en doelstelling gelijk te stellen is aan een transfercentrum;
j) indien de aanvraag betrekking heeft op een activiteit die is aan te merken als een activiteit in artikel 2 en/of 3 en welke activiteit ten tijde van de subsidieaanvraag reeds was aangevangen of afgerond.
11. Indien de aanvraag in de betreffende fase compleet en volledig is ingevuld, beslist het bestuur binnen vier weken na ontvangst van het verzoek omtrent de betreffende fase over de verlening en de hoogte van de subsidie.
12. Indien uit de aanvraag van de subsidie volgt dat voor de beslissing op de verlening een langere termijn nodig is dan de in het vorige lid genoemde termijn, dan bericht het bestuur de samenwerkingspartners zo spoedig mogelijk na ontvangst van de aanvraag van de termijnverlenging, die maximaal 4 weken kan bedragen.
- Citeren als
- Art. 6
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0035399
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl