BWBR0041278
Geldig vanaf 2024-01-01
Artikel 11.26
Omgevingsbesluit
1. Als de bevoegde autoriteit van een andere staat heeft meegedeeld dat een plan of programma mogelijk aanzienlijke grensoverschrijdende milieueffecten heeft in Nederland, geeft het betrokken bestuursorgaan binnen de door die autoriteit gestelde termijn aan of overleg is gewenst.
2. Als toepassing is gegeven aan het eerste lid, overlegt het betrokken bestuursorgaan met de bevoegde autoriteit over de mogelijk aanzienlijke milieueffecten van het plan of programma en de voorgenomen maatregelen om de nadelige effecten te voorkomen, te beperken of te compenseren.
3. Als toepassing is gegeven aan het eerste lid, stelt het betrokken bestuursorgaan, in overeenstemming met de bevoegde autoriteit, het betrokken publiek en de bevoegde instanties in de gelegenheid zienswijzen naar voren te brengen.
4. Als toepassing is gegeven aan het eerste lid, geeft het betrokken bestuursorgaan, in overeenstemming met de bevoegde autoriteit en met overeenkomstige toepassing van artikel 3:42 van de Algemene wet bestuursrecht, kennis van:
a. het vastgestelde plan of programma;
b. een door de bevoegde autoriteit van de andere staat opgestelde samenvatting van de wijze waarop de milieuoverwegingen, de gehouden overleggen, de naar voren gebrachte zienswijzen en het milieueffectrapport zijn betrokken bij het vaststellen van het plan of programma; en
c. de monitoringsmaatregelen waartoe de bevoegde autoriteit heeft besloten.
2. Als toepassing is gegeven aan het eerste lid, overlegt het betrokken bestuursorgaan met de bevoegde autoriteit over de mogelijk aanzienlijke milieueffecten van het plan of programma en de voorgenomen maatregelen om de nadelige effecten te voorkomen, te beperken of te compenseren.
3. Als toepassing is gegeven aan het eerste lid, stelt het betrokken bestuursorgaan, in overeenstemming met de bevoegde autoriteit, het betrokken publiek en de bevoegde instanties in de gelegenheid zienswijzen naar voren te brengen.
4. Als toepassing is gegeven aan het eerste lid, geeft het betrokken bestuursorgaan, in overeenstemming met de bevoegde autoriteit en met overeenkomstige toepassing van artikel 3:42 van de Algemene wet bestuursrecht, kennis van:
a. het vastgestelde plan of programma;
b. een door de bevoegde autoriteit van de andere staat opgestelde samenvatting van de wijze waarop de milieuoverwegingen, de gehouden overleggen, de naar voren gebrachte zienswijzen en het milieueffectrapport zijn betrokken bij het vaststellen van het plan of programma; en
c. de monitoringsmaatregelen waartoe de bevoegde autoriteit heeft besloten.