BWBR0041278
Geldig vanaf 2024-01-01
Artikel 8.11
Omgevingsbesluit
1. Het bevoegd gezag stelt in het vergunningvoorschrift over financiële zekerheid vast hoe lang de financiële zekerheid in stand wordt gehouden.
2. De financiële zekerheid voor het storten van afvalstoffen op een stortplaats, met uitzondering van een stortplaats waar alleen baggerspecie wordt gestort, wordt in stand gehouden tot de stortplaats is gekeurd als bedoeld in artikel 8.59, onder b, van het Besluit kwaliteit leefomgeving.
3. De financiële zekerheid voor het storten van baggerspecie op een stortplaats waar alleen baggerspecie wordt gestort, wordt in stand gehouden tot zo nodig een geohydrologisch isolatiesysteem of een afdeklaag op de gestorte baggerspecie is aangebracht.
4. De financiële zekerheid voor het storten of verzamelen van winningsafvalstoffen in een winningsafvalvoorziening wordt in stand gehouden tot:
a. de vergunning niet meer geldt, voor zover de financiële zekerheid ziet op het nakomen van de voorschriften die op grond van paragraaf 8.5.2.6 van het Besluit kwaliteit leefomgeving aan de omgevingsvergunning zijn verbonden; en
b. de maatregelen, bedoeld in de artikelen 8.49 en 8.50 van de Wet milieubeheer, zijn uitgevoerd.
2. De financiële zekerheid voor het storten van afvalstoffen op een stortplaats, met uitzondering van een stortplaats waar alleen baggerspecie wordt gestort, wordt in stand gehouden tot de stortplaats is gekeurd als bedoeld in artikel 8.59, onder b, van het Besluit kwaliteit leefomgeving.
3. De financiële zekerheid voor het storten van baggerspecie op een stortplaats waar alleen baggerspecie wordt gestort, wordt in stand gehouden tot zo nodig een geohydrologisch isolatiesysteem of een afdeklaag op de gestorte baggerspecie is aangebracht.
4. De financiële zekerheid voor het storten of verzamelen van winningsafvalstoffen in een winningsafvalvoorziening wordt in stand gehouden tot:
a. de vergunning niet meer geldt, voor zover de financiële zekerheid ziet op het nakomen van de voorschriften die op grond van paragraaf 8.5.2.6 van het Besluit kwaliteit leefomgeving aan de omgevingsvergunning zijn verbonden; en
b. de maatregelen, bedoeld in de artikelen 8.49 en 8.50 van de Wet milieubeheer, zijn uitgevoerd.