BWBR0041278
Geldig vanaf 2024-01-01
Artikel 11.32
Omgevingsbesluit
1. Als de bevoegde autoriteit van een andere staat heeft meegedeeld dat een project mogelijk aanzienlijke grensoverschrijdende milieueffecten heeft in Nederland, geeft het betrokken bestuursorgaan binnen de door die autoriteit gestelde termijn aan of deelname aan de procedure van de milieueffectrapportage gewenst is.
2. Als toepassing is gegeven aan het eerste lid, overlegt het betrokken bestuursorgaan met de bevoegde autoriteit over de mogelijk aanzienlijke milieueffecten van het project en de voorgenomen maatregelen om de nadelige effecten te voorkomen, te beperken of te mitigeren.
3. Als toepassing is gegeven aan het eerste lid, stelt het betrokken bestuursorgaan, in overeenstemming met de bevoegde autoriteit, het betrokken publiek en de bevoegde instanties in de gelegenheid zienswijzen naar voren te brengen.
4. Als toepassing is gegeven aan het eerste lid, geeft het betrokken bestuursorgaan, in overeenstemming met de bevoegde autoriteit en met overeenkomstige toepassing van artikel 3:42 van de Algemene wet bestuursrecht, kennis van:
a. het genomen besluit;
b. een door de bevoegde autoriteit opgestelde samenvatting van de wijze waarop de milieuoverwegingen, de gehouden overleggen, de naar voren gebrachte zienswijzen en het milieueffectrapport zijn betrokken bij het nemen van een besluit voor het project; en
c. de monitoringsmaatregelen waartoe de bevoegde autoriteit heeft besloten.
2. Als toepassing is gegeven aan het eerste lid, overlegt het betrokken bestuursorgaan met de bevoegde autoriteit over de mogelijk aanzienlijke milieueffecten van het project en de voorgenomen maatregelen om de nadelige effecten te voorkomen, te beperken of te mitigeren.
3. Als toepassing is gegeven aan het eerste lid, stelt het betrokken bestuursorgaan, in overeenstemming met de bevoegde autoriteit, het betrokken publiek en de bevoegde instanties in de gelegenheid zienswijzen naar voren te brengen.
4. Als toepassing is gegeven aan het eerste lid, geeft het betrokken bestuursorgaan, in overeenstemming met de bevoegde autoriteit en met overeenkomstige toepassing van artikel 3:42 van de Algemene wet bestuursrecht, kennis van:
a. het genomen besluit;
b. een door de bevoegde autoriteit opgestelde samenvatting van de wijze waarop de milieuoverwegingen, de gehouden overleggen, de naar voren gebrachte zienswijzen en het milieueffectrapport zijn betrokken bij het nemen van een besluit voor het project; en
c. de monitoringsmaatregelen waartoe de bevoegde autoriteit heeft besloten.