BWBR0041278
Geldig vanaf 2024-01-01
Artikel 13.20
Omgevingsbesluit
1. Het bevoegd gezag, de toezichthouder, bedoeld in artikel 1, derde lid, onder d, van de Arbeidsomstandighedenwet, en het bestuur van de veiligheidsregio zorgen gezamenlijk voor het vaststellen, bezien en bijwerken van een toezichtsysteem en een toezichtplan.
2. Het toezichtplan bevat ten minste:
a. een algemene beoordeling van de relevante veiligheidskwesties;
b. het gebied dat het toezichtplan bestrijkt;
c. een lijst van de Seveso-inrichtingen die onder het plan vallen;
d. een lijst van de Seveso-inrichtingen die zijn aangewezen op grond van artikel 8.38 van het Besluit kwaliteit leefomgeving;
e. een lijst van de Seveso-inrichtingen met specifieke externe risico’s of gevarenbronnen die het risico op of de gevolgen van een zwaar ongeval kunnen vergroten;
f. procedures voor routinematig toezicht;
g. procedures voor niet-routinematig toezicht waarmee ernstige klachten, zware ongevallen, bijna-ongevallen, incidenten en overtredingen zo spoedig mogelijk worden onderzocht; en
h. afspraken over samenwerking tussen het bevoegd gezag, de toezichthouder, bedoeld in artikel 1, derde lid, onder d, van de Arbeidsomstandighedenwet, en het bestuur van de veiligheidsregio.
3. Het toezichtplan wordt regelmatig bezien en zo nodig bijgewerkt.
2. Het toezichtplan bevat ten minste:
a. een algemene beoordeling van de relevante veiligheidskwesties;
b. het gebied dat het toezichtplan bestrijkt;
c. een lijst van de Seveso-inrichtingen die onder het plan vallen;
d. een lijst van de Seveso-inrichtingen die zijn aangewezen op grond van artikel 8.38 van het Besluit kwaliteit leefomgeving;
e. een lijst van de Seveso-inrichtingen met specifieke externe risico’s of gevarenbronnen die het risico op of de gevolgen van een zwaar ongeval kunnen vergroten;
f. procedures voor routinematig toezicht;
g. procedures voor niet-routinematig toezicht waarmee ernstige klachten, zware ongevallen, bijna-ongevallen, incidenten en overtredingen zo spoedig mogelijk worden onderzocht; en
h. afspraken over samenwerking tussen het bevoegd gezag, de toezichthouder, bedoeld in artikel 1, derde lid, onder d, van de Arbeidsomstandighedenwet, en het bestuur van de veiligheidsregio.
3. Het toezichtplan wordt regelmatig bezien en zo nodig bijgewerkt.