BWBR0050941
Geldig vanaf 2025-07-01
Artikel 3.1.10
Besluit bemanning zeeschepen
1. Voor de erkenning van een vaarbevoegdheidsbewijs als kapitein of schipper op grond van artikel 27, eerste lid, van de wetlegt de aanvrager het bekwaamheidsbewijs wetgeving en openbaar gezag over.
2. Zeevarenden in het bezit van een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functie van eerste stuurman, plaatsvervangend schipper, hoofdwerktuigkundige, tweede werktuigkundige of eerste maritiem officier dat erkend is op grond van artikel 27, eerste lid, van de wet, nemen voor aanvang van hun dienst aan boord kennis van de voor het in het eerste lid genoemde bekwaamheidsbewijs van belang zijnde maritieme regelgeving. Van deze kennisneming wordt schriftelijk bewijs vastgelegd.
3. Bij ministeriële regeling worden de beroepseisen vastgesteld voor de verkrijging van het in het eerste lid genoemde bekwaamheidsbewijs.
2. Zeevarenden in het bezit van een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functie van eerste stuurman, plaatsvervangend schipper, hoofdwerktuigkundige, tweede werktuigkundige of eerste maritiem officier dat erkend is op grond van artikel 27, eerste lid, van de wet, nemen voor aanvang van hun dienst aan boord kennis van de voor het in het eerste lid genoemde bekwaamheidsbewijs van belang zijnde maritieme regelgeving. Van deze kennisneming wordt schriftelijk bewijs vastgelegd.
3. Bij ministeriële regeling worden de beroepseisen vastgesteld voor de verkrijging van het in het eerste lid genoemde bekwaamheidsbewijs.