BWBR0053130
Geldig vanaf 01-10-2026
Artikel 19
Besluit Nederlandse identiteitskaart
1. De aan het Rijk verschuldigde kosten bedragen:
a. voor een Nederlandse identiteitskaart: 1°. ten behoeve van een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt:
2°. ten behoeve van een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt:
1°. ten behoeve van een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt:
2°. ten behoeve van een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt:
b. voor een vervangende Nederlandse identiteitskaart voor personen met een uitreisverbod, ongeacht de leeftijd van de betrokken persoon:
c. voor de spoedlevering van een Nederlandse identiteitskaart, zijnde een toeslag op het in onderdeel a genoemde bedrag:
2. De van de aanvrager op grond van de toepasselijke gemeentelijke verordening of eilandsverordening ten hoogste te heffen rechten bedragen:
a. voor een Nederlandse identiteitskaart: 1°. ten behoeve van een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt:
2°. ten behoeve van een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt:
1°. ten behoeve van een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt:
2°. ten behoeve van een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt:
b. voor een vervangende Nederlandse identiteitskaart voor personen met een uitreisverbod, ongeacht de leeftijd van de betrokken persoon:
c. voor de versnelde uitreiking van een Nederlandse identiteitskaart zijnde een toeslag op het in onderdeel a genoemde bedrag:
d. voor het bezorgen van een Nederlandse identiteitskaart zijnde een toeslag op de in de onderdelen a en b genoemde bedragen:
3. In afwijking van het tweede lid bedragen de op grond van de toepasselijke gemeentelijke verordening ten hoogste te heffen rechten voor een aanvrager die niet als ingezetene in de basisregistratie personen is ingeschreven:
a. voor een Nederlandse identiteitskaart: 1°. ten behoeve van een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt:
2°. ten behoeve van een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt:
1°. ten behoeve van een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt:
2°. ten behoeve van een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt:
b. voor een vervangende Nederlandse identiteitskaart voor personen met een uitreisverbod, ongeacht de leeftijd van de betrokken persoon:
c. voor het bezorgen van een Nederlandse identiteitskaart, zijnde een toeslag op de in de onderdelen a en b genoemde bedragen:
4. De toeslag, bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, wordt niet in rekening gebracht bij een aanvrager als bedoeld in het derde lid.
5. De rechten, bedoeld in het tweede en derde lid, worden niet geheven voor een Nederlandse identiteitskaart indien deze Nederlandse identiteitskaart strekt tot vervanging van een eerder geleverde Nederlandse identiteitskaart als bedoeld in artikel 16, derde lid, of artikel 17, derde lid.
a. voor een Nederlandse identiteitskaart: 1°. ten behoeve van een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt:
2°. ten behoeve van een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt:
1°. ten behoeve van een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt:
2°. ten behoeve van een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt:
b. voor een vervangende Nederlandse identiteitskaart voor personen met een uitreisverbod, ongeacht de leeftijd van de betrokken persoon:
c. voor de spoedlevering van een Nederlandse identiteitskaart, zijnde een toeslag op het in onderdeel a genoemde bedrag:
2. De van de aanvrager op grond van de toepasselijke gemeentelijke verordening of eilandsverordening ten hoogste te heffen rechten bedragen:
a. voor een Nederlandse identiteitskaart: 1°. ten behoeve van een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt:
2°. ten behoeve van een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt:
1°. ten behoeve van een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt:
2°. ten behoeve van een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt:
b. voor een vervangende Nederlandse identiteitskaart voor personen met een uitreisverbod, ongeacht de leeftijd van de betrokken persoon:
c. voor de versnelde uitreiking van een Nederlandse identiteitskaart zijnde een toeslag op het in onderdeel a genoemde bedrag:
d. voor het bezorgen van een Nederlandse identiteitskaart zijnde een toeslag op de in de onderdelen a en b genoemde bedragen:
3. In afwijking van het tweede lid bedragen de op grond van de toepasselijke gemeentelijke verordening ten hoogste te heffen rechten voor een aanvrager die niet als ingezetene in de basisregistratie personen is ingeschreven:
a. voor een Nederlandse identiteitskaart: 1°. ten behoeve van een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt:
2°. ten behoeve van een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt:
1°. ten behoeve van een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt:
2°. ten behoeve van een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt:
b. voor een vervangende Nederlandse identiteitskaart voor personen met een uitreisverbod, ongeacht de leeftijd van de betrokken persoon:
c. voor het bezorgen van een Nederlandse identiteitskaart, zijnde een toeslag op de in de onderdelen a en b genoemde bedragen:
4. De toeslag, bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, wordt niet in rekening gebracht bij een aanvrager als bedoeld in het derde lid.
5. De rechten, bedoeld in het tweede en derde lid, worden niet geheven voor een Nederlandse identiteitskaart indien deze Nederlandse identiteitskaart strekt tot vervanging van een eerder geleverde Nederlandse identiteitskaart als bedoeld in artikel 16, derde lid, of artikel 17, derde lid.
- Citeren als
- Art. 19
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0053130
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl