BWBR0053130
Geldig vanaf 01-10-2026
Artikel 2
Besluit Nederlandse identiteitskaart
1. Het publiek identificatiemiddel wordt geplaatst op de Nederlandse identiteitskaart in de vorm van een applet op de daarop aangebrachte chip.
2. De in het eerste lid bedoelde applet bevat de volgende gegevens:
a. het burgerservicenummer in versleutelde vorm ten behoeve van authenticatie van de houder van het document in het kader van elektronische dienstverlening en het burgerservicenummer in afgeleide vorm ten behoeve van authenticatie van de houder van het document in het kader van dienstverlening op elektronische wijze anders dan elektronische dienstverlening;
b. de initiële, door Onze Minister verstrekte PIN-code en de CAN-code ten behoeve van beveiligde toegang tot de applet om gebruik van het publieke identificatiemiddel mogelijk te maken;
c. een PUK-code waarmee de PIN-code kan worden gedeblokkeerd.
2. De in het eerste lid bedoelde applet bevat de volgende gegevens:
a. het burgerservicenummer in versleutelde vorm ten behoeve van authenticatie van de houder van het document in het kader van elektronische dienstverlening en het burgerservicenummer in afgeleide vorm ten behoeve van authenticatie van de houder van het document in het kader van dienstverlening op elektronische wijze anders dan elektronische dienstverlening;
b. de initiële, door Onze Minister verstrekte PIN-code en de CAN-code ten behoeve van beveiligde toegang tot de applet om gebruik van het publieke identificatiemiddel mogelijk te maken;
c. een PUK-code waarmee de PIN-code kan worden gedeblokkeerd.
- Citeren als
- Art. 2
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0053130
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl