BWBR0001854
Geldig vanaf 1886-09-01
Artikel 260
Wetboek van Strafrecht
1. Bij veroordeling wegens een der in de artikelen 255-259omschreven misdrijven, kan ontzetting van de in artikel 28, eerste lid, onder 4°, vermelde rechten worden uitgesproken.
2. Bij veroordeling wegens het in artikel 255omschreven misdrijf kan de schuldige, indien hij het misdrijf in zijn beroep heeft begaan, worden ontzet van de uitoefening van dat beroep.
2. Bij veroordeling wegens het in artikel 255omschreven misdrijf kan de schuldige, indien hij het misdrijf in zijn beroep heeft begaan, worden ontzet van de uitoefening van dat beroep.