BWBR0002399
Geldig vanaf 2013-04-19
Artikel 118ll
Wet op het voortgezet onderwijs
1. De bekostiging voor de scholen van een bevoegd gezag ingaande het kalenderjaar volgend op het jaar waarin de artikelen 79en 80in werking treden wordt eenmalig berekend op basis van de telgegevens op 1 oktober in het jaar van inwerkingtreding van deze artikelen:
a. op grond van de artikelen 79 en 80 en de daarop gebaseerde regelgeving, en
b. op grond van de artikelen 84, eerste tot en met derde lid, 84b, 85 en 86, met uitzondering van het derde lid, onderdeel d, van dat artikel, en de daarop gebaseerde regelgeving, artikel 2, tweede en derde lid, van het Formatiebesluit WVO en artikel 3 van de Regeling aanvullende bekostiging nevenvestiging, nieuwe scholen en samenvoeging vo, zoals die artikelen luidden op de dag direct voorafgaand aan het tijdstip waarop de artikelen 79 en 80 in werking zijn getreden.
2. Het verschil tussen onderdelen a en b van het eerste lid is het herverdeeleffect van een bevoegd gezag.
3. Bij een positief of negatief herverdeeleffect voor een bevoegd gezag wordt de bekostiging voor de scholen van dat bevoegd gezag gedurende vier jaar vanaf het kalenderjaar volgend op de inwerkingtreding van de artikelen 79en 80verminderd onderscheidenlijk vermeerderd met achtereenvolgens 80%, 60%, 40% en 20% van het herverdeeleffect.
4. Bij een herverdeeleffect voor een bevoegd gezag van tenminste 3% negatief, ontvangt het bevoegd gezag gedurende vier jaar vanaf het kalenderjaar volgend op de datum van inwerkingtreding van de artikelen 79en 80het verschil tussen 3% negatief en het werkelijke negatieve herverdeeleffect, met dien verstande dat het bevoegd gezag niet meer ontvangt dan maximaal 100% van de berekende bekostiging, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b. In het vijfde jaar na inwerkingtreding ontvangt het bevoegd gezag nog eenmaal 50% van dit verschil.
5. Het herverdeeleffect, bedoeld in het tweede lid, wordt per bevoegd gezag éénmalig vastgesteld. De bekostiging, bedoeld in het derde en vierde lid, die op grond van dit herverdeeleffect wordt vastgesteld, kan volgens bij ministeriele regeling te stellen regels worden aangepast aan loon-en prijsontwikkelingen, tenzij de toestand van ’s Rijks financiën zich daartegen verzet.
6. Dit artikel is niet van toepassing op scholen ten aanzien waarvan door Onze Minister toepassing is gegeven aan artikel 108, vierde lid.
a. op grond van de artikelen 79 en 80 en de daarop gebaseerde regelgeving, en
b. op grond van de artikelen 84, eerste tot en met derde lid, 84b, 85 en 86, met uitzondering van het derde lid, onderdeel d, van dat artikel, en de daarop gebaseerde regelgeving, artikel 2, tweede en derde lid, van het Formatiebesluit WVO en artikel 3 van de Regeling aanvullende bekostiging nevenvestiging, nieuwe scholen en samenvoeging vo, zoals die artikelen luidden op de dag direct voorafgaand aan het tijdstip waarop de artikelen 79 en 80 in werking zijn getreden.
2. Het verschil tussen onderdelen a en b van het eerste lid is het herverdeeleffect van een bevoegd gezag.
3. Bij een positief of negatief herverdeeleffect voor een bevoegd gezag wordt de bekostiging voor de scholen van dat bevoegd gezag gedurende vier jaar vanaf het kalenderjaar volgend op de inwerkingtreding van de artikelen 79en 80verminderd onderscheidenlijk vermeerderd met achtereenvolgens 80%, 60%, 40% en 20% van het herverdeeleffect.
4. Bij een herverdeeleffect voor een bevoegd gezag van tenminste 3% negatief, ontvangt het bevoegd gezag gedurende vier jaar vanaf het kalenderjaar volgend op de datum van inwerkingtreding van de artikelen 79en 80het verschil tussen 3% negatief en het werkelijke negatieve herverdeeleffect, met dien verstande dat het bevoegd gezag niet meer ontvangt dan maximaal 100% van de berekende bekostiging, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b. In het vijfde jaar na inwerkingtreding ontvangt het bevoegd gezag nog eenmaal 50% van dit verschil.
5. Het herverdeeleffect, bedoeld in het tweede lid, wordt per bevoegd gezag éénmalig vastgesteld. De bekostiging, bedoeld in het derde en vierde lid, die op grond van dit herverdeeleffect wordt vastgesteld, kan volgens bij ministeriele regeling te stellen regels worden aangepast aan loon-en prijsontwikkelingen, tenzij de toestand van ’s Rijks financiën zich daartegen verzet.
6. Dit artikel is niet van toepassing op scholen ten aanzien waarvan door Onze Minister toepassing is gegeven aan artikel 108, vierde lid.