BWBR0002399
Geldig vanaf 2013-04-19
Artikel 118te
Wet op het voortgezet onderwijs
1. Indien een vacature voor het geven van onderwijs in een tijdelijke onderwijsvoorziening niet kan worden vervuld door de benoeming of de tewerkstelling zonder benoeming van een bevoegde leraar als bedoeld in artikel 2a, kan het onderwijs niet langer dan strikt noodzakelijk en voor ten hoogste twee jaren ook worden verzorgd door iemand die nog niet voldoet aan de bekwaamheidseisen, bedoeld in artikel 36.
2. Het bevoegd gezag draagt zorg voor schriftelijke afspraken met degene, bedoeld in het eerste lid, waarin wordt verklaard dat betrokkene zich inspant om binnen twee jaren alsnog te voldoen aan de bekwaamheidseisen, bedoeld in artikel 36.
3. Het eerste lid is niet van toepassing op het onderwijs in:
1° Nederlands;
2° wiskunde;
3° lichamelijke opvoeding;
4° actief burgerschap en sociale cohesie.
4. Het bevoegd gezag legt ten aanzien van elke leraar in een tijdelijke onderwijsvoorziening vast over welke opleiding en ervaring degene die wordt benoemd of tewerkgesteld beschikt.
5. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld.
2. Het bevoegd gezag draagt zorg voor schriftelijke afspraken met degene, bedoeld in het eerste lid, waarin wordt verklaard dat betrokkene zich inspant om binnen twee jaren alsnog te voldoen aan de bekwaamheidseisen, bedoeld in artikel 36.
3. Het eerste lid is niet van toepassing op het onderwijs in:
1° Nederlands;
2° wiskunde;
3° lichamelijke opvoeding;
4° actief burgerschap en sociale cohesie.
4. Het bevoegd gezag legt ten aanzien van elke leraar in een tijdelijke onderwijsvoorziening vast over welke opleiding en ervaring degene die wordt benoemd of tewerkgesteld beschikt.
5. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld.