BWBR0002399
Geldig vanaf 2013-04-19
Artikel 74a
Wet op het voortgezet onderwijs
1. De samenwerkende bevoegde gezagsorganen stellen voor hun regio een regionaal plan onderwijsvoorzieningen vast, dat een gezamenlijk gedragen visie bevat op het onderwijs in de regio.
2. In het plan worden in elk geval tot uitdrukking gebracht:
a. de omvang en begrenzing van de regio,
b. gegevens over het aanbod en gebruik van onderwijsvoorzieningen,
c. een overzicht van de onderwijsvoorzieningen die de bevoegde gezagsorganen binnen de looptijd van het plan voor bekostiging in aanmerking willen laten brengen en een prognose van het aantal leerlingen per vestiging,
d. de relatie van het bestaande en toekomstige onderwijsaanbod met het vervolgonderwijs en de arbeidsmarkt, en
e. de opvattingen van de deelnemers aan het overleg, bedoeld in het vierde en vijfde lid, over het bestaande en toekomstige onderwijsaanbod in relatie tot het vervolgonderwijs, de arbeidsmarkt en de onderwijshuisvesting.
3. Een regionaal plan onderwijsvoorzieningen geldt voor een periode van 5 jaar, die aanvangt op 1 augustus van enig kalenderjaar.
4. Voordat een regionaal plan onderwijsvoorzieningen wordt vastgesteld, overleggen de samenwerkende bevoegde gezagsorganen over een concept van het plan met:
a. de bevoegde gezagsorganen van de overige scholen of scholengemeenschappen in de regio,
b. vertegenwoordigers van de desbetreffende provincie of provincies, en
c. voor zover het gaat om het vbo, met vertegenwoordigers van het bedrijfsleven in de regio en met de bevoegde gezagsorganen van de regionale opleidingencentra en de agrarische opleidingscentra in de regio.
5. Voordat de samenwerkende bevoegde gezagsorganen een regionaal plan onderwijsvoorzieningen vaststellen, wordt over een concept van het plan op overeenstemming gericht overleg gevoerd met het college van burgemeester en wethouders van de gemeente of gemeenten. Daartoe wordt een procedure vastgesteld door de samenwerkende bevoegde gezagsorganen en het college van burgemeester en wethouders van die gemeente of gemeenten, welke procedure een voorziening voor het beslechten van geschillen bevat.
2. In het plan worden in elk geval tot uitdrukking gebracht:
a. de omvang en begrenzing van de regio,
b. gegevens over het aanbod en gebruik van onderwijsvoorzieningen,
c. een overzicht van de onderwijsvoorzieningen die de bevoegde gezagsorganen binnen de looptijd van het plan voor bekostiging in aanmerking willen laten brengen en een prognose van het aantal leerlingen per vestiging,
d. de relatie van het bestaande en toekomstige onderwijsaanbod met het vervolgonderwijs en de arbeidsmarkt, en
e. de opvattingen van de deelnemers aan het overleg, bedoeld in het vierde en vijfde lid, over het bestaande en toekomstige onderwijsaanbod in relatie tot het vervolgonderwijs, de arbeidsmarkt en de onderwijshuisvesting.
3. Een regionaal plan onderwijsvoorzieningen geldt voor een periode van 5 jaar, die aanvangt op 1 augustus van enig kalenderjaar.
4. Voordat een regionaal plan onderwijsvoorzieningen wordt vastgesteld, overleggen de samenwerkende bevoegde gezagsorganen over een concept van het plan met:
a. de bevoegde gezagsorganen van de overige scholen of scholengemeenschappen in de regio,
b. vertegenwoordigers van de desbetreffende provincie of provincies, en
c. voor zover het gaat om het vbo, met vertegenwoordigers van het bedrijfsleven in de regio en met de bevoegde gezagsorganen van de regionale opleidingencentra en de agrarische opleidingscentra in de regio.
5. Voordat de samenwerkende bevoegde gezagsorganen een regionaal plan onderwijsvoorzieningen vaststellen, wordt over een concept van het plan op overeenstemming gericht overleg gevoerd met het college van burgemeester en wethouders van de gemeente of gemeenten. Daartoe wordt een procedure vastgesteld door de samenwerkende bevoegde gezagsorganen en het college van burgemeester en wethouders van die gemeente of gemeenten, welke procedure een voorziening voor het beslechten van geschillen bevat.