BWBR0003075
Geldig vanaf 2001-05-30
Artikel 1
Comptabiliteitswet
1. Tot de begroting van het Rijk behoren:
a. de begroting van het koninklijk huis;
b. de begroting van de hoge colleges van staat en het Kabinet van de Koning;
c. de begroting van nationale schuld;
d. de begrotingen van de onderscheiden ministeries;
e. de begrotingen van de onderscheiden begrotingsfondsen, bedoeld in artikel 2;
2. Toevoeging aan de begroting van het Rijk van andere begrotingen, alsmede de intrekking van een zodanige toevoeging geschiedt bij koninklijk besluit. Het besluit tot toevoeging bepaalt wie van Onze ministers het beheer voert over die begroting.
3. De begrotingen worden elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld.
a. de begroting van het koninklijk huis;
b. de begroting van de hoge colleges van staat en het Kabinet van de Koning;
c. de begroting van nationale schuld;
d. de begrotingen van de onderscheiden ministeries;
e. de begrotingen van de onderscheiden begrotingsfondsen, bedoeld in artikel 2;
2. Toevoeging aan de begroting van het Rijk van andere begrotingen, alsmede de intrekking van een zodanige toevoeging geschiedt bij koninklijk besluit. Het besluit tot toevoeging bepaalt wie van Onze ministers het beheer voert over die begroting.
3. De begrotingen worden elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld.