BWBR0003075
Geldig vanaf 2001-05-30
Artikel 22
Comptabiliteitswet
1. Onze ministers, ieder met betrekking tot de begrotingen waarover hij het beheer voert, dragen aan de accountantsdienst van hun ministerie de controle op van:
a. het gevoerde financieel beheer en de jaarlijkse financiële verantwoordingen daarover; het bepaalde in artikel 51, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing;
b. de administraties die ten behoeve van dat beheer en die verantwoordingen worden gevoerd;
c. het gevoerde materieelbeheer en de daarvan bijgehouden administraties.
Onze Minister van Financiën draagt zorg voor de accountantscontrole van de centrale administratie van 's Rijks schatkist. Artikel 52, is van overeenkomstige toepassing.
2. In overeenstemming met Onze Minister van Financiën en na overleg met de Algemene Rekenkamer kunnen Onze ministers op een andere wijze in de controle voorzien.
3. In overeenstemming met Onze Minister van Financiën wijzen Onze ministers het hoofd aan van de accountantsdienst van hun ministerie en trekken zij een zodanige aanwijzing in.
4. Onze ministers doen schriftelijk mededeling aan de Rekenkamer van een aanwijzing en een intrekking.
5. De resultaten van de controle worden jaarlijks vastgelegd in rapporten die zijn gericht aan Onze betrokken minister. Het samenvattende rapport bevat, behalve de belangrijkste bevindingen van de controle, een verklaring omtrent de financiële verantwoording.
a. het gevoerde financieel beheer en de jaarlijkse financiële verantwoordingen daarover; het bepaalde in artikel 51, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing;
b. de administraties die ten behoeve van dat beheer en die verantwoordingen worden gevoerd;
c. het gevoerde materieelbeheer en de daarvan bijgehouden administraties.
Onze Minister van Financiën draagt zorg voor de accountantscontrole van de centrale administratie van 's Rijks schatkist. Artikel 52, is van overeenkomstige toepassing.
2. In overeenstemming met Onze Minister van Financiën en na overleg met de Algemene Rekenkamer kunnen Onze ministers op een andere wijze in de controle voorzien.
3. In overeenstemming met Onze Minister van Financiën wijzen Onze ministers het hoofd aan van de accountantsdienst van hun ministerie en trekken zij een zodanige aanwijzing in.
4. Onze ministers doen schriftelijk mededeling aan de Rekenkamer van een aanwijzing en een intrekking.
5. De resultaten van de controle worden jaarlijks vastgelegd in rapporten die zijn gericht aan Onze betrokken minister. Het samenvattende rapport bevat, behalve de belangrijkste bevindingen van de controle, een verklaring omtrent de financiële verantwoording.