BWBR0003143
Geldig vanaf 1979-01-01
Artikel 61
Herinrichtingswet Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën
1. Behoudens de toepassing van de bepalingen van hoofdstuk IIheeft iedere pachter van in een blok gelegen onroerende zaken recht op het in pacht verkrijgen van een waarde in kavels naar dezelfde maatstaven als in artikel 55voor de toedeling in eigendom bepaald.
2. De herinrichtingscommissie kan een bestaande pachtverhouding opheffen en een nieuwe pachtverhouding vestigen in dier voege, dat aan een verpachter een pachter uit de in het eerste lid bedoelde pachters kan worden toegewezen.
3. De herinrichtingscommissie bepaalt tot welk tijdstip de uit een nieuw gevestigde pachtverhouding voortvloeiende pachtovereenkomst zal gelden en of deze overeenkomst, indien zij voor kortere dan de wettelijke duur zal gelden, voor verlenging vatbaar zal zijn. Zij draagt daarbij zorg, dat de pachter en de verpachter, wat het einde en de verlengbaarheid der overeenkomst betreft, zoveel mogelijk dezelfde aanspraken behouden als zij aan de opgeheven pachtverhouding konden ontlenen.
4. Het bepaalde in artikel 58is ten aanzien van de pachter van overeenkomstige toepassing.
2. De herinrichtingscommissie kan een bestaande pachtverhouding opheffen en een nieuwe pachtverhouding vestigen in dier voege, dat aan een verpachter een pachter uit de in het eerste lid bedoelde pachters kan worden toegewezen.
3. De herinrichtingscommissie bepaalt tot welk tijdstip de uit een nieuw gevestigde pachtverhouding voortvloeiende pachtovereenkomst zal gelden en of deze overeenkomst, indien zij voor kortere dan de wettelijke duur zal gelden, voor verlenging vatbaar zal zijn. Zij draagt daarbij zorg, dat de pachter en de verpachter, wat het einde en de verlengbaarheid der overeenkomst betreft, zoveel mogelijk dezelfde aanspraken behouden als zij aan de opgeheven pachtverhouding konden ontlenen.
4. Het bepaalde in artikel 58is ten aanzien van de pachter van overeenkomstige toepassing.