BWBR0003143
Geldig vanaf 1979-01-01
Artikel 66
Herinrichtingswet Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën
1. De grondkamer ontwerpt de pachtovereenkomsten, welke uit de gevestigde pachtverhoudingen voortvloeien, en neemt daarin op de in het derde lid van artikel 61bedoelde bepalingen.
2. Indien ingevolge het bepaalde in artikel 61een overeenkomst, geldende voor kortere dan de wettelijke duur, verlengbaar zal zijn, doet de grondkamer daarvan blijken door een op de ontwerp-overeenkomst gestelde en door haar ondertekende verklaring.
3. De grondkamer zendt de ontwerp-pachtovereenkomst aan hen, die daarbij partijen zullen zijn, en stelt hen in de gelegenheid binnen dertig dagen na toezending de ondertekende overeenkomst aan de grondkamer te doen toekomen. Betrokkenen kunnen de door hen overeengekomen pachtprijs, alsmede bijzondere bepalingen in de overeenkomst opnemen.
4. Op de in het vorige lid bedoelde pachtovereenkomsten vinden de bepalingen van titel 7.5 van het Burgerlijk Wetboektoepassing, met dien verstande dat de grondkamer niet treedt in de beoordeling van de bepalingen der overeenkomst, welke voortvloeien uit de pachtverhouding, zoals deze door het plan van toedeling is komen vast te staan.
2. Indien ingevolge het bepaalde in artikel 61een overeenkomst, geldende voor kortere dan de wettelijke duur, verlengbaar zal zijn, doet de grondkamer daarvan blijken door een op de ontwerp-overeenkomst gestelde en door haar ondertekende verklaring.
3. De grondkamer zendt de ontwerp-pachtovereenkomst aan hen, die daarbij partijen zullen zijn, en stelt hen in de gelegenheid binnen dertig dagen na toezending de ondertekende overeenkomst aan de grondkamer te doen toekomen. Betrokkenen kunnen de door hen overeengekomen pachtprijs, alsmede bijzondere bepalingen in de overeenkomst opnemen.
4. Op de in het vorige lid bedoelde pachtovereenkomsten vinden de bepalingen van titel 7.5 van het Burgerlijk Wetboektoepassing, met dien verstande dat de grondkamer niet treedt in de beoordeling van de bepalingen der overeenkomst, welke voortvloeien uit de pachtverhouding, zoals deze door het plan van toedeling is komen vast te staan.