BWBR0005891
Geldig vanaf 18-04-1993
Artikel 12
Tuchtrechtreglement Skal
1. Een zaak wordt door of namens het bestuur binnen een termijn van ten hoogste 14 dagen na ontvangst van de tuchtrechtelijke verklaring bij het tuchtgerecht aanhangig gemaakt door middel van een schriftelijke verklaring, inhoudende:
– een korte omschrijving van het ten laste gelegde feit. met vermelding omstreeks welke tijd en waar ter plaatse dit zou zijn begaan;
– een verklaring van relevante feiten:
– de naam en adres van de betrokken aangeslotene of aangeslotenen.
2. De schriftelijke verklaring kan vergezeld gaan van een voorstel van of namens het bestuur met betrekking tot de op te leggen maatregel.
3. Tezamen met de in eerste lid bedoelde schriftelijke verklaring dienen alle op de zaak betrekking hebbende stukken aan het luchtgerecht te worden overgelegd.
4. Het tuchtgerecht neemt de zaak niet in behandeling indien de Officier van Justitie heeft beslist na overleg als bedoeld in het volgende lid, dat de overtreding strafrechtelijk zal worden afgedaan.
5. Het overleg als bedoeld in artikel 18. tweede lid, van de Landbouwkwaliteitswet (Stb 1971, 371) inzake het al of niet strafrechtelijk afdoen van een overtreding, door een aangeslotene begaan, wordt door de voorzitter van Skal of bij diens ontstentenis door de directeur van Skal gevoerd.
6. Afschriften van de schriftelijke verklaring en van alle op de zaak betrekking hebbende stukken worden gezonden aan de Officier van Justitie, tenzij deze heeft laten weten dat daarvan kan worden afgezien.
– een korte omschrijving van het ten laste gelegde feit. met vermelding omstreeks welke tijd en waar ter plaatse dit zou zijn begaan;
– een verklaring van relevante feiten:
– de naam en adres van de betrokken aangeslotene of aangeslotenen.
2. De schriftelijke verklaring kan vergezeld gaan van een voorstel van of namens het bestuur met betrekking tot de op te leggen maatregel.
3. Tezamen met de in eerste lid bedoelde schriftelijke verklaring dienen alle op de zaak betrekking hebbende stukken aan het luchtgerecht te worden overgelegd.
4. Het tuchtgerecht neemt de zaak niet in behandeling indien de Officier van Justitie heeft beslist na overleg als bedoeld in het volgende lid, dat de overtreding strafrechtelijk zal worden afgedaan.
5. Het overleg als bedoeld in artikel 18. tweede lid, van de Landbouwkwaliteitswet (Stb 1971, 371) inzake het al of niet strafrechtelijk afdoen van een overtreding, door een aangeslotene begaan, wordt door de voorzitter van Skal of bij diens ontstentenis door de directeur van Skal gevoerd.
6. Afschriften van de schriftelijke verklaring en van alle op de zaak betrekking hebbende stukken worden gezonden aan de Officier van Justitie, tenzij deze heeft laten weten dat daarvan kan worden afgezien.
- Citeren als
- Art. 12
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0005891
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl