BWBR0005891
Geldig vanaf 18-04-1993
Artikel 9
Tuchtrechtreglement Skal
1. Indien een feit, dat tuchtrechtelijk kan worden afgedaan, wordt begaan door of vanwege een rechtspersoon of een vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid wordt een tuchtrechtelijke vervolging ingesteld en worden maatregelen genomen:
– hetzij tegen de rechtspersoon of vennootschap;
– hetzij tegen hen, die tot het feit opdracht hebben gegeven alsmede tegen hen die de feitelijke leiding hebben gegeven aan het verboden handelen of nalaten;
– hetzij tegen beiden.
2. Een feit wordt onder meer begaan door of vanwege een rechtspersoon of een vennootschap indien het begaan wordt door personen, die hetzij uit hoofde van een dienstbetrekking, hetzij uit andere hoofde handelen in de sfeer van de rechtspersoon of de vennootschap ongeacht of deze personen ieder afzonderlijk het feit hebben begaan, dan wel bij hen gezamenlijk de elementen van het feit aanwezig zijn.
3. Indien een tuchtrechtelijke vervolging gebracht, onder mededeling van het wordt ingesteld tegen een rechtspersoon bepaalde in het derde lid. wordt deze tijdens de vervolging vertegenwoordigd door de bestuurder en, indien er meerdere bestuurders zijn door één dezer. De vertegenwoordiger kan bij gemachtigde verschijnen. Het tuchtgerecht kan de persoonlijke verschijning van een bepaalde bestuurder bevelen; het kan alsdan zijn medebrenging gelasten.
4. Het derde lid is van overeenkomstige toepassing bij een tuchtrechtelijke vervolging van een vennootschap, maatschap of doelvermogen.
– hetzij tegen de rechtspersoon of vennootschap;
– hetzij tegen hen, die tot het feit opdracht hebben gegeven alsmede tegen hen die de feitelijke leiding hebben gegeven aan het verboden handelen of nalaten;
– hetzij tegen beiden.
2. Een feit wordt onder meer begaan door of vanwege een rechtspersoon of een vennootschap indien het begaan wordt door personen, die hetzij uit hoofde van een dienstbetrekking, hetzij uit andere hoofde handelen in de sfeer van de rechtspersoon of de vennootschap ongeacht of deze personen ieder afzonderlijk het feit hebben begaan, dan wel bij hen gezamenlijk de elementen van het feit aanwezig zijn.
3. Indien een tuchtrechtelijke vervolging gebracht, onder mededeling van het wordt ingesteld tegen een rechtspersoon bepaalde in het derde lid. wordt deze tijdens de vervolging vertegenwoordigd door de bestuurder en, indien er meerdere bestuurders zijn door één dezer. De vertegenwoordiger kan bij gemachtigde verschijnen. Het tuchtgerecht kan de persoonlijke verschijning van een bepaalde bestuurder bevelen; het kan alsdan zijn medebrenging gelasten.
4. Het derde lid is van overeenkomstige toepassing bij een tuchtrechtelijke vervolging van een vennootschap, maatschap of doelvermogen.
- Citeren als
- Art. 9
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0005891
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl