BWBR0005891
Geldig vanaf 18-04-1993
Artikel 21
Tuchtrechtreglement Skal
1. Het tuchtgerecht is bevoegd ambtshalve of op verzoek van de betrokken aangeslotene getuigen bij aangetekend schrijven op te roepen.
2. Ieder, die als getuige is opgeroepen, is verplicht voor het tuchtgerecht te verschijnen.
3. Indien de getuige niet op de oproeping verschijnt, kan het tuchtgerecht de Officier van Justitie bij de arrondissementsrechtbank binnen welker rechtsgebied het tuchtgerechtzitting houdt, verzoeken de getuige ter terechtzitting van het tuchtgerecht te dagvaarden en daarbij te voegen een bevel tot medebrenging.
4. Met betrekking tot het horen van de getuigen en hun recht van verschoning vinden de artikelen 217 tot en met 219 van het Wetboek van Strafrecht overeenkomstige toepassing.
5. De voorzitter van het tuchtgerecht kan een getuige de eed of belofte doen afleggen dat hij de waarheid en niets dan de waarheid zal zeggen.
2. Ieder, die als getuige is opgeroepen, is verplicht voor het tuchtgerecht te verschijnen.
3. Indien de getuige niet op de oproeping verschijnt, kan het tuchtgerecht de Officier van Justitie bij de arrondissementsrechtbank binnen welker rechtsgebied het tuchtgerechtzitting houdt, verzoeken de getuige ter terechtzitting van het tuchtgerecht te dagvaarden en daarbij te voegen een bevel tot medebrenging.
4. Met betrekking tot het horen van de getuigen en hun recht van verschoning vinden de artikelen 217 tot en met 219 van het Wetboek van Strafrecht overeenkomstige toepassing.
5. De voorzitter van het tuchtgerecht kan een getuige de eed of belofte doen afleggen dat hij de waarheid en niets dan de waarheid zal zeggen.
- Citeren als
- Art. 21
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0005891
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl