BWBR0005997
Geldig vanaf 1993-06-01
Artikel 12p
Regeling invoer, uitvoer en verkeer van planten
1. Onverminderd artikel 12mwordt voor de toepassing van dit artikel verstaan onder:
a. vruchten: vruchten van Citrus L., FortunellaSwingle, PoncirusRaf., MicrocitrusSwingle, NaringiAdans. enSwingleaMerr., en de hybriden daarvan, van oorsprong uit derde landen;
b. uitvoeringsbesluit (EU) 2017/2374: uitvoeringsbesluit (EU) 2017/2374 van de Commissie van 15 december 2017 tot vaststelling van de omstandigheden voor het verkeer, de opslag en de verwerking van bepaalde vruchten en de hybriden daarvan, van oorsprong uit derde landen, om het binnenbrengen in de Unie van bepaalde schadelijke organismen te voorkomen (PbEU 2017, L 337).
2. Vruchten mogen binnen de Europese Unie worden verplaatst overeenkomstig artikel 3 van uitvoeringsbesluit (EU) 2017/2374.
3. Vruchten mogen uitsluitend industrieel worden verwerkt overeenkomstig artikel 4 van uitvoeringsbesluit (EU) 2017/2374 in een erkende verwerkingslocatie.
4. Vruchten die niet meteen industrieel worden verwerkt mogen uitsluitend worden opgeslagen overeenkomstig artikel 5 van uitvoeringsbesluit (EU) 2017/2374 in een erkende opslaglocatie.
5. De Minister verleent op verzoek een erkenning voor de verwerkingslocatie, bedoeld in het derde lid, en voor de opslaglocatie, bedoeld in het vierde lid.
a. vruchten: vruchten van Citrus L., FortunellaSwingle, PoncirusRaf., MicrocitrusSwingle, NaringiAdans. enSwingleaMerr., en de hybriden daarvan, van oorsprong uit derde landen;
b. uitvoeringsbesluit (EU) 2017/2374: uitvoeringsbesluit (EU) 2017/2374 van de Commissie van 15 december 2017 tot vaststelling van de omstandigheden voor het verkeer, de opslag en de verwerking van bepaalde vruchten en de hybriden daarvan, van oorsprong uit derde landen, om het binnenbrengen in de Unie van bepaalde schadelijke organismen te voorkomen (PbEU 2017, L 337).
2. Vruchten mogen binnen de Europese Unie worden verplaatst overeenkomstig artikel 3 van uitvoeringsbesluit (EU) 2017/2374.
3. Vruchten mogen uitsluitend industrieel worden verwerkt overeenkomstig artikel 4 van uitvoeringsbesluit (EU) 2017/2374 in een erkende verwerkingslocatie.
4. Vruchten die niet meteen industrieel worden verwerkt mogen uitsluitend worden opgeslagen overeenkomstig artikel 5 van uitvoeringsbesluit (EU) 2017/2374 in een erkende opslaglocatie.
5. De Minister verleent op verzoek een erkenning voor de verwerkingslocatie, bedoeld in het derde lid, en voor de opslaglocatie, bedoeld in het vierde lid.