BWBR0005997
Geldig vanaf 1993-06-01
Artikel 12r
Regeling invoer, uitvoer en verkeer van planten
1. Onverminderd artikel 1wordt voor de toepassing van dit artikel verstaan onder:
a. schadelijk organisme: elke ondersoort van Xylella fastidiosa (Wells et al.);
b. gevoelige planten: waardplanten en alle voor opplant bestemde planten, met uitzondering van zaden, van de in bijlage I van uitvoeringsbesluit nr. 2015/789/EU opgenomen geslachten of soorten;
c. professionele marktdeelnemer: een professionele marktdeelnemer als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van uitvoeringsbesluit nr. 2015/789/EU;
d. uitvoeringsbesluit nr. 2015/789/EU: uitvoeringsbesluit nr. 2015/789/EU van de Commissie van 18 mei 2015 betreffende maatregelen om het binnenbrengen en de verspreiding in de Unie van Xylella fastidiosa (Wells et al.) te voorkomen (PbEG 2015, L 125);
e. waardplanten: alle voor opplant bestemde planten, met uitzondering van zaden, van de geslachten en soorten die zijn opgenomen in de databank van de Commissie van voor Xylella fastidiosa vatbare waardplanten waarvan is vastgesteld dat zij op het grondgebied van de Europese Unie vatbaar zijn voor het schadelijk organisme of van de ondersoorten waarvoor een lidstaat een afgebakend gebied heeft vastgesteld.
2. Gevoelige planten worden slechts op het grondgebied van de Europese Unie binnengebracht indien zij voldoen aan artikel 16 of artikel 17 van uitvoeringsbesluit nr. 2015/789/EU en zij, onverminderd artikel 12, bij binnenkomst in de Europese Unie overeenkomstig artikel 18 van het uitvoeringsbesluit nr. 2015/789/EU officieel zijn gecontroleerd en het schadelijk organisme niet is aangetroffen.
3. Gevoelige planten met uitzondering van planten die gedurende de gehele productiecyclus in vitro zijn geteeld en planten die behoren tot de in bijlage III van uitvoeringsbesluit nr. 2015/789/EU vermelde variëteiten van gevoelige planten, die gedurende ten minste een deel van hun leven in een afgebakend gebied als bedoeld in artikel 4 van uitvoeringsbesluit 2015/789/EU zijn geteeld, mogen niet worden vervoerd, tenzij wordt voldaan aan de voorwaarden van artikel 9 van uitvoeringsbesluit 2015/789/EU.
4. Van de ontvangst en levering van gevoelige planten die gedurende ten minste een deel van hun leven in een afgebakend gebied als bedoeld in artikel 4 van uitvoeringsbesluit 2015/789/EU zijn geteeld of door een dergelijk gebied zijn vervoerd alsmede van de ontvangst en levering van voor opplant bestemde planten van de soorten Coffea, Lavandula dentata L., Nerium oleander L., Olea europaea L., Polygala myrtifolia L. en Prunus dulcis (Mill.) D.A. Webb die nooit in een dergelijk gebied zijn geteeld, houdt de professionele marktdeelnemer een register bij overeenkomstig artikel 10 van uitvoeringsbesluit 2015/789/EU. De gegevens worden tenminste drie jaar bewaard.
5. De professionele marktdeelnemer meldt de levering en ontvangst van partijen planten als bedoeld in artikel 10, eerste en tweede lid, van uitvoeringsbesluit nr. 2015/789/EU onverwijld aan de Minister overeenkomstig artikel 10, vierde lid, van uitvoeringsbesluit nr. 2015/789/EU.
6. Gevoelige planten afkomstig uit derde landen waarvan bekend is dat het schadelijk organisme er voorkomt, mogen slechts in de Europese Unie worden binnengebracht als zij, onverminderd artikel 12, overeenkomstig artikel 18 van uitvoeringsbesluit nr. 2015/789/EU worden geïnspecteerd op de aanwezigheid van het schadelijk organisme en geen tekenen van aanwezigheid van het schadelijk organisme zijn gevonden.
7. Het binnenbrengen in de Europese Unie van voor opplant bestemde planten van Coffea, met uitzondering van zaden, van oorsprong uit Costa Rica of Honduras, is verboden.
8. Voor opplant bestemde planten van Coffea, met uitzondering van zaden, van oorsprong uit Costa Rica of Honduras, die vóór de datum van inwerkingtreding van dit artikel in de Europese Unie zijn binnengebracht, mogen worden verplaatst nadat de Minister hiervan op de hoogte is gebracht.
9. Waardplanten die niet in een afgebakend gebied als bedoeld in artikel 4 van uitvoeringsbesluit nr. 2015/789/EU zijn geteeld mogen worden vervoerd, mits wordt voldaan aan de voorwaarden van artikel 9, achtste lid, van uitvoeringsbesluit nr. 2015/789/EU.
10. Gevoelige planten, die gedurende de gehele productiecyclus in vitro zijn geteeld, en gedurende ten minste een deel van hun leven in een afgebakend gebied als bedoeld in artikel 4 van het uitvoeringsbesluit 2015/789/EU zijn geteeld, mogen niet worden vervoerd, tenzij wordt voldaan aan de voorwaarden van artikel 9 bis van uitvoeringsbesluit 2015/789/EU.
11. Onverminderd het negende lid mogen prebasismoederplanten zoals gedefinieerd in artikel 1, punt 3, van Uitvoerings richtlijn 2014/98/EU van de Commissie en prebasismateriaal zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 5, van Richtlijn 2008/90/EGvan de Raad van de soorten Juglans regia L., Olea europaea L., Prunus amygdalus Batsch, P. amygdalus × P. persica, P. armeniaca L., P. avium (L.) L., P. cerasus L., P. domestica L., P. domestica × P. salicina, P. dulcis (Mill.) D.A. Webb, P. persica (L.) Batsch en P. salicina Lindley die buiten een afgebakend gebied als bedoeld in artikel 4 van uitvoeringsbesluit 2015/789/EU zijn geteeld en ten minste een deel van hun leven buiten insectenvrije faciliteiten hebben doorgebracht, slechts binnen de Europese Unie worden vervoerd indien zij voldoen aan artikel 9, negende lid, van uitvoeringsbesluit nr. 2015/789/EU.
a. schadelijk organisme: elke ondersoort van Xylella fastidiosa (Wells et al.);
b. gevoelige planten: waardplanten en alle voor opplant bestemde planten, met uitzondering van zaden, van de in bijlage I van uitvoeringsbesluit nr. 2015/789/EU opgenomen geslachten of soorten;
c. professionele marktdeelnemer: een professionele marktdeelnemer als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van uitvoeringsbesluit nr. 2015/789/EU;
d. uitvoeringsbesluit nr. 2015/789/EU: uitvoeringsbesluit nr. 2015/789/EU van de Commissie van 18 mei 2015 betreffende maatregelen om het binnenbrengen en de verspreiding in de Unie van Xylella fastidiosa (Wells et al.) te voorkomen (PbEG 2015, L 125);
e. waardplanten: alle voor opplant bestemde planten, met uitzondering van zaden, van de geslachten en soorten die zijn opgenomen in de databank van de Commissie van voor Xylella fastidiosa vatbare waardplanten waarvan is vastgesteld dat zij op het grondgebied van de Europese Unie vatbaar zijn voor het schadelijk organisme of van de ondersoorten waarvoor een lidstaat een afgebakend gebied heeft vastgesteld.
2. Gevoelige planten worden slechts op het grondgebied van de Europese Unie binnengebracht indien zij voldoen aan artikel 16 of artikel 17 van uitvoeringsbesluit nr. 2015/789/EU en zij, onverminderd artikel 12, bij binnenkomst in de Europese Unie overeenkomstig artikel 18 van het uitvoeringsbesluit nr. 2015/789/EU officieel zijn gecontroleerd en het schadelijk organisme niet is aangetroffen.
3. Gevoelige planten met uitzondering van planten die gedurende de gehele productiecyclus in vitro zijn geteeld en planten die behoren tot de in bijlage III van uitvoeringsbesluit nr. 2015/789/EU vermelde variëteiten van gevoelige planten, die gedurende ten minste een deel van hun leven in een afgebakend gebied als bedoeld in artikel 4 van uitvoeringsbesluit 2015/789/EU zijn geteeld, mogen niet worden vervoerd, tenzij wordt voldaan aan de voorwaarden van artikel 9 van uitvoeringsbesluit 2015/789/EU.
4. Van de ontvangst en levering van gevoelige planten die gedurende ten minste een deel van hun leven in een afgebakend gebied als bedoeld in artikel 4 van uitvoeringsbesluit 2015/789/EU zijn geteeld of door een dergelijk gebied zijn vervoerd alsmede van de ontvangst en levering van voor opplant bestemde planten van de soorten Coffea, Lavandula dentata L., Nerium oleander L., Olea europaea L., Polygala myrtifolia L. en Prunus dulcis (Mill.) D.A. Webb die nooit in een dergelijk gebied zijn geteeld, houdt de professionele marktdeelnemer een register bij overeenkomstig artikel 10 van uitvoeringsbesluit 2015/789/EU. De gegevens worden tenminste drie jaar bewaard.
5. De professionele marktdeelnemer meldt de levering en ontvangst van partijen planten als bedoeld in artikel 10, eerste en tweede lid, van uitvoeringsbesluit nr. 2015/789/EU onverwijld aan de Minister overeenkomstig artikel 10, vierde lid, van uitvoeringsbesluit nr. 2015/789/EU.
6. Gevoelige planten afkomstig uit derde landen waarvan bekend is dat het schadelijk organisme er voorkomt, mogen slechts in de Europese Unie worden binnengebracht als zij, onverminderd artikel 12, overeenkomstig artikel 18 van uitvoeringsbesluit nr. 2015/789/EU worden geïnspecteerd op de aanwezigheid van het schadelijk organisme en geen tekenen van aanwezigheid van het schadelijk organisme zijn gevonden.
7. Het binnenbrengen in de Europese Unie van voor opplant bestemde planten van Coffea, met uitzondering van zaden, van oorsprong uit Costa Rica of Honduras, is verboden.
8. Voor opplant bestemde planten van Coffea, met uitzondering van zaden, van oorsprong uit Costa Rica of Honduras, die vóór de datum van inwerkingtreding van dit artikel in de Europese Unie zijn binnengebracht, mogen worden verplaatst nadat de Minister hiervan op de hoogte is gebracht.
9. Waardplanten die niet in een afgebakend gebied als bedoeld in artikel 4 van uitvoeringsbesluit nr. 2015/789/EU zijn geteeld mogen worden vervoerd, mits wordt voldaan aan de voorwaarden van artikel 9, achtste lid, van uitvoeringsbesluit nr. 2015/789/EU.
10. Gevoelige planten, die gedurende de gehele productiecyclus in vitro zijn geteeld, en gedurende ten minste een deel van hun leven in een afgebakend gebied als bedoeld in artikel 4 van het uitvoeringsbesluit 2015/789/EU zijn geteeld, mogen niet worden vervoerd, tenzij wordt voldaan aan de voorwaarden van artikel 9 bis van uitvoeringsbesluit 2015/789/EU.
11. Onverminderd het negende lid mogen prebasismoederplanten zoals gedefinieerd in artikel 1, punt 3, van Uitvoerings richtlijn 2014/98/EU van de Commissie en prebasismateriaal zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 5, van Richtlijn 2008/90/EGvan de Raad van de soorten Juglans regia L., Olea europaea L., Prunus amygdalus Batsch, P. amygdalus × P. persica, P. armeniaca L., P. avium (L.) L., P. cerasus L., P. domestica L., P. domestica × P. salicina, P. dulcis (Mill.) D.A. Webb, P. persica (L.) Batsch en P. salicina Lindley die buiten een afgebakend gebied als bedoeld in artikel 4 van uitvoeringsbesluit 2015/789/EU zijn geteeld en ten minste een deel van hun leven buiten insectenvrije faciliteiten hebben doorgebracht, slechts binnen de Europese Unie worden vervoerd indien zij voldoen aan artikel 9, negende lid, van uitvoeringsbesluit nr. 2015/789/EU.