BWBR0005997
Geldig vanaf 1993-06-01
Artikel 12s
Regeling invoer, uitvoer en verkeer van planten
1. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:
a. het schadelijke organisme: tomato brown rugose fruit virus (ToBRFV);
b. gevoelige planten: voor opplant bestemde planten van de soorten Solanum lycopersicum L. en Capsicum annuum;
c. uitvoeringsbesluit (EU) 2019/1615: Uitvoeringsbesluit (EU) 2019/1615 van de Commissie van 26 september 2019 tot vaststelling van noodmaatregelen om het binnenbrengen en de verspreiding in de Unie van het tomato brown rugose fruit virus (ToBRFV) te voorkomen (PbEU 2019, L 250).
2. Het is verboden het schadelijke organisme in te voeren en binnen Nederland te verspreiden.
3. Gevoelige planten van oorsprong uit de Europese Unie mogen alleen binnen de Europese Unie worden vervoerd indien zij vergezeld gaan van een plantenpaspoort en voldoen aan de voorwaarden van artikel 5 van uitvoeringsbesluit (EU) 2019/1615.
4. Gevoelige planten mogen slechts in de Europese Unie worden binnengebracht indien:
a. zij vergezeld gaan van een fytosanitair certificaat als bedoeld in artikel 13, eerste lid, punt ii), van richtlijn 2000/29/EG;
b. zij voldoen aan de voorwaarden van artikel 6 van uitvoeringsbesluit (EU) 2019/1615; en
c. zij, onverminderd artikel 12, overeenkomstig artikel 7 van uitvoeringsbesluit 2019/1615 worden geïnspecteerd op de aanwezigheid van het schadelijke organisme en geen tekenen van aanwezigheid van dat schadelijke organisme zijn gevonden.
a. het schadelijke organisme: tomato brown rugose fruit virus (ToBRFV);
b. gevoelige planten: voor opplant bestemde planten van de soorten Solanum lycopersicum L. en Capsicum annuum;
c. uitvoeringsbesluit (EU) 2019/1615: Uitvoeringsbesluit (EU) 2019/1615 van de Commissie van 26 september 2019 tot vaststelling van noodmaatregelen om het binnenbrengen en de verspreiding in de Unie van het tomato brown rugose fruit virus (ToBRFV) te voorkomen (PbEU 2019, L 250).
2. Het is verboden het schadelijke organisme in te voeren en binnen Nederland te verspreiden.
3. Gevoelige planten van oorsprong uit de Europese Unie mogen alleen binnen de Europese Unie worden vervoerd indien zij vergezeld gaan van een plantenpaspoort en voldoen aan de voorwaarden van artikel 5 van uitvoeringsbesluit (EU) 2019/1615.
4. Gevoelige planten mogen slechts in de Europese Unie worden binnengebracht indien:
a. zij vergezeld gaan van een fytosanitair certificaat als bedoeld in artikel 13, eerste lid, punt ii), van richtlijn 2000/29/EG;
b. zij voldoen aan de voorwaarden van artikel 6 van uitvoeringsbesluit (EU) 2019/1615; en
c. zij, onverminderd artikel 12, overeenkomstig artikel 7 van uitvoeringsbesluit 2019/1615 worden geïnspecteerd op de aanwezigheid van het schadelijke organisme en geen tekenen van aanwezigheid van dat schadelijke organisme zijn gevonden.